Art. 20 Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking, (windenergie-opbrengstberekening productie-installatie >100 kW)

Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking

1. Indien de productie-installatie die gebruik maakt van windenergie een vermogen heeft van meer dan 100 kW, is de windenergie-opbrengstberekening, bedoeld in het artikel 18, eerste lid, onderdeel e, opgesteld door een organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten.

2. De wind-energieopbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

a. de locatiegegevens van de productie-installatie;

b. merk, type, ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de beoogde productie-installatie;

c. de lokale windgegevens voor de productie-installatie; en

d. een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie op jaarbasis van de productie-installatie.

3. Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie worden per windturbinelocatie op de beoogde ashoogte de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, eigen consumptie, turbinerendement, terugregelverliezen en een berekende windsnelheid opgenomen.

4. De berekende windsnelheid is:

a. gebaseerd op de omgevingseffecten en lokale windgegevens voor de windturbinelocatie over een aaneengesloten periode van ten minste tien jaar; en

b. niet hoger dan de gemiddelde windsnelheid zoals bepaald met een door de minister beschikbaar gesteld middel.