Bijlage 1 Regeling financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen, NPO en Ster 2020: handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen, NPO en Ster 2020 als bedoeld in artikel 1 van de Regeling financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen, NPO en Ster 2020
Regeling financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen, NPO en Ster 2020
Copro 20058B3 Handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen, NPO en Ster 2020 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Den Haag, december 2020 1 Inleiding 1.1 Ministeriële regeling 1.2 Kader 1.3 Informatie 1.4 Betrokkenheid bij andere rechtspersoon 1.5 Samenwerkingsvereniging 2 Jaarrekening 2.1 Inleiding 2.2 Balans met toelichting 2.2.1 Materiële vaste activa 2.2.1.1 Bedrijfsgebouwen en terreinen 2.2.1.2 Overige materiële vaste activa 2.2.1.3 Vaste activa niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar 2.2.2 Financiële vaste activa 2.2.2.1 Deelnemingen 2.2.2.2 Overige effecten 2.2.3 Vlottende activa 2.2.3.1 Voorraden 2.2.3.1.1 Nog niet verspreid media-aanbod 2.2.3.1.2 Herhalingen 2.2.3.2 Effecten 2.2.3.3 Overlopende actiefpost pensioenpremies 2.2.4 Eigen vermogen 2.2.4.1 Herwaarderingsreserve Materiële Vaste Activa 2.2.4.2 Reserve Koersverschillen Beleggingen 2.2.4.3 Reserve voor media-aanbod 2.2.4.4 Overige reserves 2.2.5 Voorzieningen 2.2.5.1 Pensioenregeling 2.2.5.2 CAO Omroeppersoneel 2.2.6 Kortlopende schulden 2.2.6.1 Overgedragen Reserve Media-aanbod 2.2.6.2 Verschuldigde pensioenpremies 2.2.6.3 Overlopende passiva Media-aanbod 2.3 Exploitatierekening met toelichting 2.3.1 Baten media-aanbod 2.3.2 Directe kosten media-aanbod 2.3.3 Organisatiekosten 2.3.3.1 Personele organisatiekosten 2.3.3.2 Huisvestingskosten 2.3.3.3 Overige algemene organisatiekosten 2.3.4 Lasten onafhankelijk product 2.3.5 Programmagebonden eigen bijdragen 2.3.6 Bartering 2.3.7 Nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten 2.3.8 Verstrekkingen zendgemachtigden 2.3.9 Financieel resultaat 2.3.10 Vennootschapsbelasting 2.3.11 Aantal fte 2.3.12 Bezoldiging 2.3.12.1 Titel 9 Boek 2 BW 2.3.12.2 WNT 2.3.12.3 BPPO 2.4 Kasstroomoverzicht 2.5 Bijzonderheden MODELLEN I Balans II Exploitatierekening III Kasstroomoverzicht IV Toelichting op exploitatierekening Va Specificatie bij exploitatierekening (model II en IV) Vb Definitie organisatiekosten bij exploitatierekening (mode
- • streeft naar onderling vergelijkbare jaarverslaggeving van publieke media-instellingen;
- • houdt rekening met het specifieke karakter van de publieke media-instellingen;
- • informeert over wet- en regelgeving die relevant is voor de verklaring van de accountant bij de jaarrekening van de publieke media-instellingen.
- • het jaarrekeningenrecht, zoals deze zijn opgenomen in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: Titel 9 Boek 2 BW),
- • de Wet normering topinkomens (hierna: WNT) en
- • de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (hierna: RJ).
- • balans met toelichting (model I);
- • exploitatierekening met toelichting (model II);
- • kasstroomoverzicht (model III);
- • aanvullende toelichting bij de balans en exploitatierekening (model IV ten behoeve van exploitatierekening);
- • toelichting op de nevenactiviteiten per cluster (model VI);
- • toelichting op sponsorbijdragen en bijdragen van derden (model VII);
- • toelichting op bartering-contracten (model VIII);
- • programmakosten per domein per platform (model IX).
- • accountantsverslag;
- • management letter (indien van toepassing)4Dit is afhankelijk van de afspraak die de publieke media-instelling hierover maakt met diens accountant.;
- • financiële verantwoordingsdocumenten van gelieerde rechtspersonen (zie 1.4);
- • een schriftelijke toelichting waarin de maatregelen worden uiteengezet in geval van niet-kostendekkende nevenactiviteiten.
- • de publieke media-instelling heeft een belang verworven in een rechtspersoon om andere redenen dan het beleggen van overtollig vermogen;
- • de publieke media-instelling heeft op enigerlei wijze aanspraak op de door een rechtspersoon gegenereerde winst;
- • de publieke media-instelling is betrokken bij het ontstaan van een rechtspersoon;
- • in de doelomschrijving van een rechtspersoon wordt verwezen naar de behartiging van één of meer belangen van de publieke media-instelling;
- • een rechtspersoon voert een taak uit die voorheen door de publieke media-instelling werd uitgevoerd of door de publieke media-instelling als één van haar taken wordt gezien;
- • de publieke media-instelling heeft statutair of feitelijk invloed op de bestuurssamenstelling van een rechtspersoon of op de beslissingen van het bestuur van een rechtspersoon; of
- • de publieke media-instelling draagt op enigerlei wijze (al dan niet financieel) bij aan de financiering van de bedrijfsvoeringsmiddelen van een rechtspersoon.
- • de balans met toelichting (zie 2.2);
- • de exploitatierekening met toelichting (zie 2.3);
- • het kasstroomoverzicht (zie 2.4).
- • bedrijfsgebouwen en terreinen (zie 2.2.1.1);
- • overige materiële vaste activa (zie 2.2.1.2);
- • vaste activa niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar (zie 2.2.1.3).
- • deelnemingen (zie 2.2.2.1);
- • overige effecten (zie 2.2.2.2).
- • voorraden (zie 2.2.3.1);
- • effecten (zie 2.2.3.2);
- • overlopende actiefpost pensioenpremies (zie 2.2.3.3).
- • pensioenregeling (zie 2.2.5.1);
- • CAO omroeppersoneel (zie 2.2.5.2).
- • Jubileumvoorziening De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. Bij het tot stand komen van de berekende waarde is rekening gehouden met een rekenrente, gehanteerd bij pensioenregeling ‘Artikel 44’ uit het PNO pensioenreglement, die jaarlijks door de NPO wordt vastgesteld. Deze rekenrente wordt gehanteerd voor het contant maken van de toekomstige kasstromen bij de waardering van de voorziening.
- • Voorziening Loopbaantraject
- • Deze voorziening wordt gevormd op grond van de cao voor het omroeppersoneel en wordt nominaal bepaald.
- • Vergoedingen OCW Gelden die rechtstreeks door OCW beschikbaar zijn gesteld.
- • Omroepbrede middelen Alle verstrekkingen niet zijnde programmabudget die vanuit de raad van bestuur van de NPO beschikbaar worden gesteld voor de verzorging van media-aanbod, inclusief door de NPO ontvangen baten in het kader van gemeenschappelijke belangen belangenbehartiging.
- • Inzet overgedragen reserve media-aanbod
- • personele organisatiekosten;
- • huisvestingskosten;
- • overige algemene organisatiekosten.
- a. overheidsinstellingen en andere instellingen die geen particuliere onderneming uitoefenen;
- b. de publieke media-instelling die het media-aanbod, waarvoor de bijdrage wordt verstrekt, verzorgt;
- c. de (co)producent die zich gewoonlijk bezighoudt met de vervaardiging van mediadiensten of media-aanbod en geheel of gedeeltelijk is belast met de productie van het media-aanbod waarvoor de bijdrage wordt verstrekt7Bron: artikel 5 BSPO (beleidslijn sponsoring publieke omroep van het CvdM, beleidsbrieven clusterindeling nevenactiviteiten 15/09/2009, 9/7/2009 en 23/12/2008, met kenmerken 18571\2009013905,2009010013 en SBO-0075B2-yw).;
- d. het NPO-fonds, Het NPO-fonds is onderdeel van de NPO en stimuleert hoogwaardige dramaproducties, documentaires en talentontwikkeling bij de publieke omroep, uitgezonden en geplaatst via radio, televisie en online. Alleen landelijke publieke omroepen kunnen aanvragen indienen bij het fonds.
- • naam en omschrijving nevenactiviteit;
- • startdatum nevenactiviteit;
- • exploitatieoverzicht huidig boekjaar.
- • Artikel 2:383 BW;
- • Wet normering topinkomens (WNT);
- • Beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep (BPPO).
- • de wijziging van verdeelsleutels bij de vaststelling van de lasten;
- • een aanzienlijke stijging of daling (meer dan 10%) van balansposten, baten en lasten ten opzichte van vorig jaar;
- • bijzondere waardeverminderingen;
- • afwijkingen als een post van de exploitatierekening meer dan 10% afwijkt van de begroting, bedoeld in artikel 2.147 Mediawet 2008, of de begroting van de Ster, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de statuten van de Ster;
- • de overige bedrijfslasten, ongeacht hun omvang en/of afwijking ten opzichte van voorgaand jaar dan wel begroting. De omvang van de toelichting mag hierbij wel worden afgestemd op de omvang van de betreffende lasten.
- • de artikelen van de Mediawet 2008 die zijn vermeld in dit controleprotocol;
- • de Wet normering topinkomens (WNT);
- • de Europese (daarmee wordt bedoeld Europese richtlijnen 2014/23/EU betreffende het plaatsen van concessieopdrachten en 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten) en nationale wet- en regelgeving inzake aanbestedingen(daarmee wordt bedoeld Aanbestedingswet 2012 en Aanbestedingsbesluit en Gids Proportionaliteit)18Zie ook de Gids Proportionaliteit voor het kader voor drempelbedragen voor de verschillende nationale aanbestedingsvormen.;
- • het Handboek;
- • de aanwijzingen van het Commissariaat19Het Commissariaat stuurt een afschrift van de aanwijzingen naar de accountant van de landelijke publieke media-instelling, zodat die de volledigheid hiervan kan vaststellen.;
- • relevante beleidsregels van het Commissariaat.
- – geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van (naam instelling) per 31 december 2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met de Regeling vaststelling Handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen, NPO en Ster 2020.
- – zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in de Regeling vaststelling Handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen, NPO en Ster 2020.
- 1. de balans per 31 december 2020
- 2. de exploitatierekening over 2020;
- 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële
- 4. verslaggeving en andere toelichtingen.
- • het bestuursverslag, waaronder het verslag van de raad van toezicht;
- • de overige gegevens.
- • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
- • alle informatie bevat die op grond van de Regeling vaststelling Handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen, NPO en Ster 2020 is vereist.
- – het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude en van het niet rechtmatig tot stand komen van baten, lasten en balansmutaties, die van materieel belang zijn, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- – het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de instelling;
- – het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
- – het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten.
- – Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- – het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
- – het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
- • beleidslijn Amusement;
- • beleidslijn Nevenactiviteiten;
- • bindende Regeling Organisatiekosten;
- • bindende Regeling Mediareserves;
- • beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep 2017;
- • governancecode Publieke Omroep 2018 (onderdelen hiervan heeft de Raad van Bestuur van de NPO bindend verklaard);
- • bindende Regeling Gerealiseerde Kosten Media-aanbod.