Bijlage 1 Regeling CO2-heffing industrie
Regeling CO2-heffing industrie
- 1) Gegevens ter identificatie van de broeikasgasinstallatie: de naam van de broeikasgasinstallatie en het nummer van de emissiehandelsvergunning van de broeikasgasinstallatie.
- 2) Het rapportagejaar.
- 3) De totale emissies van de broeikasgasinstallatie overeenkomstig de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in tCO2 (e).
- 4) Gegevens over de emissie ten gevolge van de opwekking van elektriciteit:
- a) Voor alle brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit:
- i) de hoeveelheid energie uit deze brandstoffen, uitgedrukt in TJ;
- ii) de gewogen gemiddelde emissiefactor, uitgedrukt in tCO2/TJ;
- iii) de gewogen gemiddelde oxidatiefactor.
- b) De hoeveelheid energie uit restgassen ingezet voor de opwekking van elektriciteit, uitgedrukt in TJ.
- c) Voor elke warmtekrachtkoppelingseenheid:
- i) de hoeveelheid energie uit brandstoffen die zijn ingezet in de eenheid, uitgedrukt in TJ;
- ii) de netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;
- iii) de netto hoeveelheid opgewekte elektriciteit of mechanische energie, uitgedrukt in TJ;
- iv) de totale emissies van de eenheid inclusief de rookgasreiniging, uitgedrukt in t CO2 (e);
- v) de rendementsreferentiewaarden overeenkomstig bijlage I en bijlage II van de Verordening rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte, zonder toepassing van de correctiefactoren voor klimaatomstandigheden in bijlage III en voor vermeden netwerkverliezen in bijlage IV bij die verordening.
- d) Aan elektriciteitsopwekking toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2, met toepassing van artikel 14 van deze regeling.
- 5) Gegevens over de emissies ten gevolge van de opwekking van warmte voor stadsverwarming:
- a) Totale netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte uitgedrukt in TJ.
- b) Netto hoeveelheid meetbare warmte opgewekt voor stadsverwarming uitgedrukt in TJ.
- c) De emissiefactor van de warmte die is opgewekt voor stadsverwarming in tCO2(e)/TJ warmt.
- d) Aan stadsverwarming toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2 (e).
- 1) Gegevens ter identificatie van de industriële installatie: de naam en, indien van toepassing, het nummer van de emissiehandelsvergunning van de installatie.
- 2) Het rapportagejaar.
- 3) Voor elke productbenchmark-subinstallatie:
- a) het actueel activiteitsniveau uitgedrukt in de eenheid behorende bij die productbenchmark;
- b) voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof: de correctiefactor voor het relevante elektriciteitsverbruik in de subinstallatie, berekend over de periode 2014-2018 in overeenstemming met artikel 22 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- c) de hoeveelheid netto meetbare warmte die wordt ingevoerd vanuit salpeterzuur-subinstallaties, uitgedrukt in TJ;
- d) de hoeveelheid warmte die wordt ingevoerd vanuit niet in het EU-ETS opgenomen installaties, uitgedrukt in TJ.
- 4) Voor de productbenchmark-subinstallaties stoomkraken en vinylchloride: de factoren voor de berekening van het aantal dispensatierechten als bedoeld in artikel 32.
- 5) Voor de warmtebenchmark-subinstallaties:
- a) de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;
- b) de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;
- c) de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit, uitgedrukt in TJ;
- d) de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;
- e) het historisch warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;
- f) het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;
- g) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat de daling van het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie van meer dan 15 procent het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.
- 5a) Voor de productbenchmark-subinstallaties cokes en vloeibaar ijzer: de totale hoeveelheid naar een andere ETS-installatie uitgevoerde restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet-meetbare warmte of elektriciteit uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.
- 6) Voor de brandstofbenchmark-subinstallaties:
- a) het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;
- b) het historisch brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;
- c) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.
- 7) Voor procesemissie subinstallaties:
- a) het actueel procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);
- b) het historisch procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);
- c) de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;
- d) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het procesemissie gerelateerd activiteitenniveau het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.
- 8) Voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallaties:
- a) De totale emissies, uitgedrukt in tCO2(e);
- b) tot en met verslagperiode 2024 het rekenkundig gemiddelde van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e), en vanaf verslagperiode 2025 de mediaan van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e);
- c) de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in ton CO2(e);
- d) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van de emissies het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.
- 8a) De totale hoeveelheid restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet meetbare warmte of elektriciteit, afkomstig van een productbenchmark-subinstallatie voor cokes of vloeibaar ijzer, die zijn ingevoerd vanuit een andere ETS-installatie uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.
- 9) Een berekening van het aantal dispensatierechten overeenkomstig deze regeling.