Bijlage I Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW 2021
Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW 2021
HOOFDSTUK 1 – TOELICHTING OP DE TOEZICHTBELEIDSBRIEF 1.1 Inleiding 1.2 Indeling 1.3 Titel 1.4 Erkenningen en bevoegdheden 1.5 Meerdere erkenningen en bevoegdheden 1.6 Gegevensverwerking door RDW-erkenninghouders HOOFDSTUK 2 – POSITIE VAN DE RDW 2.1 Basis van het toezicht 2.2 Wijze van toezicht houden 2.3 Frequentie van het toezicht HOOFDSTUK 3 – POSITIE VAN DE ERKENNINGHOUDER 3.1 Verplichtingen voor de erkenninghouder 3.1.1 Meewerken aan het toezicht_Toc24554039 3.1.2 documentatie_Toc24554039 3.1.3 Voeren van en inleveren erkenningsschild/verwijderen sticker(s) 3.1.4 Financiële verplichting 3.1.5 Instrueren van uw personeel 3.1.6 Bewaarplicht stukken, bewaartermijn en -plaats 3.1.7 Verplichting verstrekken tellerstand 3.2 Maatregelen 3.2.1 Schorsing 3.2.2 Verscherpt toezicht 3.2.3 Wachttijd bij intrekking HOOFDSTUK 4 – OVERTREDINGEN EN SANCTIES 4.1 Vaststellen van een overtreding 4.2 Zienswijze 4.3 Ingangsdatum 4.4 Verjaringstermijn 4.5 Categorisering overtredingen en stroomschema 4.6 Soorten sancties HOOFDSTUK 5 – BEZWAAR EN BEROEP 5.1 Bezwaar 5.1.1 Hoorzitting 5.1.2 Bezwaar tegen waarschuwing 5.1.3 Opschortende werking 5.2 Beroep 5.3 Voorlopige voorziening STROOMSCHEMA SANCTIES OVERTREDING ERKENNING/BEVOEGDHEID Dit is het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. Als erkenninghouder bent u gerechtigd een aantal taken uit te voeren namens de RDW. Het uitvoeren van deze taken kent een grote verantwoordelijkheid. De RDW houdt hier toezicht op. Hoe en waarom de RDW toezicht houdt, is vastgelegd in het toezichtbeleid. U vindt hier de regels die voor iedere erkenning gelden. Het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief bevat algemene informatie voor iedere erkenninghouder, terwijl de bijlagen specifieke informatie bevatten over de afzonderlijke erkenningen. Voor het toezichtbeleid dat bij uw erkenning(en) hoort, leest u het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief én de bijlage(n) bij uw erkenning(en). Het Algemeen Deel is niet van toepassing op
- − Bij de RDW kunnen de volgende erkenningen en bevoegdheden worden aangevraagd:
- − Erkenning APK;
- − Erkenning Tachografen;
- − Erkenning Gasinstallaties;
- − Erkenning boordcomputer taxi (BCT);
- − Erkenning Tenaamstelling;
- − Erkenning Export Dienstverlening;
- − Erkenning Bedrijfsvoorraad (met als mogelijke onderdelen):
- ○ bevoegdheid Online Registratie Export Handelaren (OREH);
- ○ bevoegdheid Online Registratie Auto Demontage (ORAD);
- ○ bevoegdheid Tenaamstelling Voertuigbedrijf (TV);
- ○ bevoegdheid Aanvraag tot het versneld inschrijven van voertuigen zonder/met afzonderlijk onderzoek (Versnelde Inschrijving (VI));
- − Deelnemer Handelaarskentekenregeling
- − Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder (GAIK);
- − Bevoegdheid APK-keurmeester;
- − Bevoegdheid tachograaftechnicus;
- − Erkenning pasfotograaf rijbewijs.
- − een steekproef na een melding door middel van datacommunicatie tussen de RDW en de erkenninghouder, of een steekproef op andere wijze;
- − een periodiek controlebezoek (de frequentie van het periodieke toezicht is per erkenning verschillend en wordt per bijlage aangegeven);
- − administratieve/ registercontrole;
- − een externe melding van bijvoorbeeld de Belastingdienst, een voertuigeigenaar of de politie.
- − tijdens een controlebezoek;
- − tijdens een steekproefcontrole;
- − door een administratieve/ registercontrole;
- − door de politie;
- − door een klacht;
- − door de douane;
- − door de Belastingdienst.
- a) Voorafgaand aan het technische deel van de keuring van het voertuig wordt gecontroleerd of het voertuig overeenstemt met de voertuiggegevens (kenteken, VIN en datum eerste toelating) in het kentekenregister. Indien het VIN van het voertuig niet leesbaar is of niet overeenstemt met het VIN in het kentekenregister, dan mag geen keuring worden verricht en moet de klant doorverwezen worden naar de RDW.
- b) Let op! Bij taxi’s en OV-auto’s moet het goedkeuringsdocument dat bij het kentekenbewijs hoort aanwezig zijn bij het voertuig. Bij voertuigen met een GN-, BN-, CD- of CDJ-of ZZ moet het kentekenbewijs aanwezig zijn.
- c) De technische keuring van het voertuig wordt door de keurmeester uitgevoerd, zo nodig met roetmeting.
- d) Na afloop van het technische deel van de keuring wordt door de keurmeester overgegaan tot het afmelden van het resultaat van de keuring van dat voertuig (check kenteken):
- • De afkeurmelding, of
- • Goedkeur na reparatie, of
- • De goedkeurmelding met de eventuele adviespunten en reparatie adviespunten.
- e) In alle gevallen, dus ook bij afkeur, wordt het keuringsrapport uitgeprint.
- f) Na controle van de juistheid en volledigheid van het keuringsrapport wordt dit door de keurmeester zelf handmatig ondertekend en afgegeven.
- a. De betrokken keurmeester verplicht in de keuringsplaats aanwezig moet zijn en blijven. Ook het keuringsrapport moet u onder u houden. Het kentekenbewijs hoeft, met uitzondering van de gevallen vermeld onder 3.1 onder a, niet aanwezig te zijn bij de keuring en steekproef. Naast de aanwezigheid van de keurmeester die het voertuig heeft gekeurd en het keuringsrapport heeft ondertekend, betekent dit dat deze keurmeester meteen assistentie verleent. De steekproefcontroleur moet uiterlijk binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef kunnen beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om de keurmeester van elders, buiten de keuringsplaats, te (laten) komen.
- b. Het voertuig, ongeacht wiens eigendom het is, aanwezig moet zijn en blijven in de keuringsplaats. Heeft u een mobiele erkenning APK, dan geldt dat ook de mobiele keuringseenheid bij de steekproef aanwezig moet zijn en blijven. U moet al het mogelijke doen om te voorkomen dat het gekeurde voertuig de keuringsplaats verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de keuring te laten wachten, hen vervangend vervoer aan te bieden of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u de aanvrager voorafgaand aan de keuring duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn/haar voertuig in een steekproef valt.
- c. U de keuringsruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking moet stellen. Let er bij het afmelden op dat de herkeuring volledig kan worden uitgevoerd: als de weersomstandigheden al bij het afmelden zodanig slecht zijn dat een volledige herkeuring niet (meer) mogelijk is, geldt dit als een overtreding die wordt gesanctioneerd.
- − geef geen keuringsrapport af;
- − wijs de klant er op dat de goedkeuring vervalt, en
- − meldt dit dan direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.
- − Boekwerk Regelgeving APK of online APK regelgeving;
- − Nederlandstalige handleidingen en certificaten van de vereiste meetmiddelen;
- − het meest recente erkenningsbesluit.
- − de APK-keuring moet door een bevoegd keurmeester worden gedaan;
- − de keurmeester is degene die de APK-keuring afmeldt;
- − zowel de APK-goedkeur als de APK-afkeur moet worden afgemeld;
- − er mag niet worden gesleuteld in quarantainetijd;
- − de aanwijzingen van de RDW medewerker moeten worden opgevolgd;
- − het voertuig, de keurmeester en het keuringsrapport moeten aanwezig zijn tijdens een steekproefcontrole;
- − bij een mobiele erkenning moet ook de mobiele keuringseenheid aanwezig zijn.
- − de transactiecode die u krijgt direct na de afmelding;
- − directe controle van het register;
- − het raadpleegscherm voor afmeldingen;
- − de controle van de rekening van de provider waarbij u afmeldt.
- − goedkeuringsdocument van Taxi / OV auto of kentekenbewijs, BN-, GN-, CD-, CDJ-of ZZ voertuig ontbreekt;
- − ingeslagen VIN in het voertuig komt niet overeen met het VIN in het kentekenregister;
- − niet ondertekenen steekproefcontrolerapport.
- − keuren en afmelden van een voertuig buiten de erkenning;
- − keuren en afmelden van een voertuig, terwijl de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting niet wordt bereikt;
- − het niet volledig uitvoeren van een keuring
- − sleutelen in quarantainetijd;
- − geen of onvoldoende medewerking verlenen, zoals:
- • voertuig en/of mobiele eenheid niet aanwezig;
- • keurmeester niet aanwezig;
- • het niet ter beschikking stellen van de vereiste apparatuur;
- • zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen aanbrengen of aan laten brengen aan het voertuig.
- − onbevoegd gebruik van pincode;
- − gebruik maken van niet-geijkte apparatuur;
- − onbevoegde ondertekening van een keuringsrapport.
- − fraude;
- − ondermijning van het toezicht, zoals:
- • verbaal en/of fysiek geweld of dreiging daarmee;
- • niet verlenen van toegang tot de keuringsruimte;
- • intimidatie.
- • Aanpassen rechtspersoon
- • Naamswijzigingen KVK
- • Adreswijzigingen
- • Aanpassen erkenningsvorm Mobiele-vaste erkenning.
- • Tijdens een technische audit (controle)
- • Bij aansturing op basis van Risico Gestuurd Toezicht
- • Bij het uitvoeren van controle vanuit een onderzoek vanuit IL&T of Politie
- a. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt de datum eerste toelating van het voertuig vastgesteld door de RDW website te raadplegen. Indien het een niet Nederlands voertuig betreft moet u het originele buitenlandse kentekenbewijs hiervoor raadplegen. Is de datum eerste toelating van het voertuig nietvast te stellen dan kan dit achterwege blijven. In die situatie moet de laatste generatie en versie tachograaf aanwezig zijn.
- b. Tijdens de werkzaamheden moet een manipulatiecontrole worden uitgevoerd. Bij vaststelling van manipulatie of aanwezigheid van manipulatieapparatuur moet dit zo spoedig mogelijk bij de RDW gemeld worden door middel van het manipulatiemeldingsformulier. Dit formulier kunt u terugvinden in het handboek en digitaal opmaken in het daarvoor bestemde en ter beschikking gestelde RDW-systeem. De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een tachograaftechnicus met gebruik van de vereiste apparatuur en gereedschappen. Daarna verzegelt de tachograaftechnicus de tachograaf en sluit hij de werkzaamheden af met een proefrit om te controleren of de tachograaf functioneert. Indien de werkzaamheden op dezelfde dag niet of niet volledig kunnen worden afgerond moet u een zegelverbrekingsformulier opmaken in het daarvoor bestemde en ter beschikking gestelde RDW-systeem.
- c. Indien de tachograaftechnicus de digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of in een ander voertuig installeert en alleen als het niet mogelijk is om de gegevens veilig te stellen, wordt dit direct aan de RDW gemeld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht dat u eveneens digitaal kunt opmaken in het daarvoor bestemde en ter beschikking gestelde RDW-systeem. Het opmaken van een COU kan alleen op dezelfde dag, voorafgaand aan de melding van de goedkeuring in het RDW-register.
- d. Van alle werkzaamheden worden de gegevens vastgelegd op een registerkaart.
- e. Na de werkzaamheden wordt het voertuig door de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft vericht met pasnummer van de bevoegdheidspas en de daarbij behorende pincode via datacommunicatie afgemeld bij de RDW.
- f. Na de melding werkzaamheden wordt het oude installatieplaatje verwijderd en een nieuw installatieplaatje met onuitwisbare gegevens op het voertuig aangebracht. Dit moet in de nabijheid van de tachograaf worden bevestigd op een vast voertuigonderdeel, op een goed waarneembare plek in de bestuurdersruimte. Het bedoelde installatieplaatje wordt niet eerder aangebracht dan nadat is vastgesteld dat de tachograaf goed is afgesteld en verzegeld en door de RDW is medegedeeld dat:
- • de bedoelde melding niet leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden door de RDW; of
- • de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden, maar dat deze steekproefcontrole niet binnen 90 minuten na de melding wordt begonnen, dan wel
- • de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden en deze controle heeft geleid tot een goedkeuring van de betreffende werkzaamheden.
- – het gebruik van de werkplaatskaarten en pincodes is persoonsgebonden;
- – alleen de tachograaftechnicus mag werkzaamheden aan de tachograaf verrichten;
- – afmelden mag alleen door de tachograaftechnicus worden gedaan;
- – het voertuig, de registerkaart, de bevoegdheidspas en de werkplaatskaart moeten aanwezig zijn bij een steekproef;
- – de tachograaftechnicus moet aan de steekproef feitelijk assistentie verlenen.
- – de transactiecode die u krijgt direct na de afmelding;
- – directe controle van het register;
- – het raadpleegscherm voor afmeldingen;
- – de controle van de rekening van de provider waarbij u afmeldt.
- • Overtreding(en) categorie I en/of II + totale cusumbijdrage van lager dan 5 > sanctie op basis van categorie(en) overtredingen.
- • Overtreding(en) categorie I en/of II + totale cusumbijdrage van 5 of hoger > cusumbijdrage + verscherpt toezicht of indien van toepassing.
- • Overtreding(en) categorie III + cusumbijdrage > sanctie op basis van categorie (en) overtreding
- – niet vooraf doorgeven van wijzigingen ten aanzien van de erkenning;
- – niet kunnen tonen certificaat van undownloadability of manipulatiemeldingsformulier;
- – beheer werkplaatskaarten niet op orde;
- – voorgeschreven apparatuur niet gebruikt.
- – signaalsnelheid snelheidsbegrenzer onjuist ingesteld
- – ontbreken van de registerkaart
- – niet aanwezig zijn van de testregistratiebladen of dataprints bij de registerkaart;
- – sleutelen in quarantainetijd;
- – aantoonbaar kalibreren met banden die niet tot dat voertuig behoren;
- – geen of onvoldoende medewerking verlenen tijdens een steekproef:
- • voertuig en/of mobiele onderzoek-eenheid niet aanwezig;
- • tachograaftechnicus niet aanwezig bij de steekproefcontrole;
- • vereiste apparatuur niet ter beschikking gesteld.
- – voertuig/werkzaamheden niet afgemeld;
- – (oude) werkplaatskaart niet aanwezig;
- – werkzaamheden uitgevoerd door onbevoegde persoon;
- – onbevoegd gebruik van de werkplaatskaart, bevoegdheidspas en/of pincode;
- – geen download massageheugen of Certificate van undownloadability aanwezig;
- – onvolledige werkzaamheden/ontbreken zegelverbrekingsformulier (niet conform Verordening EU nr. 165/2014);
- – aantoonbaar vastgestelde manipulatie aanwezig en niet gemeld.
- – gebruik onjuist kenmerkteken van de werkplaats
- – onjuist/ontbreken/ernstige beschadiging van de fabrieksverzegelingen
- – fraude:
- – ondermijning van het toezicht, zoals:
- • verbaal en/of fysiek geweld of dreiging daarmee
- • niet verlenen van toegang tot de werkplaats of inrichting
- • intimidatie.
- a. Voorafgaand aan het technische deel van de keuring van het voertuig wordt gecontroleerd of het voertuig overeenstemt met de voertuiggegevens (kenteken, VIN, en datum eerste toelating) in het kentekenregister. Indien het VIN van het voertuig niet leesbaar is of niet overeenstemt met het VIN in het kentekenregister, dan mag geen keuring worden verricht en moet de klant doorverwezen worden naar de RDW;
- b. Controle op lekkage;
- c. De LPG- technicus keurt de LPG-gasinstallaties met behulp van de voorgeschreven apparatuur;
- d. Na afloop van het van de keuring wordt overgegaan tot het afmelden van de goedkeuring van de LPG-gasinstallatie;
- e. De LPG-technicus vult de opnamekaart gasinstallatie in en ondertekent deze.
- a. de betrokken LPG-technicus verplicht in de werkplaats aanwezig moet zijn en blijven. Naast de aanwezigheid van deze LPG-technicus die het voertuig heeft gekeurd en de opnamekaart gasinstallaties heeft ondertekend, betekent dit dat deze LPG-technicus meteen feitelijke assistentie verleent. De steekproefcontroleur moet uiterlijk binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van de steekproef kunnen beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om de LPG-technicus van elders, buiten de werkplaats, te (laten) komen.
- b. het voertuig aanwezig moet zijn en blijven in de werkplaats. U moet al het mogelijke doen om te voorkomen dat het voertuig met de gekeurde gasinstallatie de werkplaats verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de keuring te laten wachten, hen vervangend vervoer aan te bieden of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u de aanvrager voorafgaand aan de keuring duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn voertuig in de steekproef valt.
- c. Na de mededeling dat het voertuig in de steekproef valt moet u de werkplaats en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking stellen.
- – geef geen opnamekaart gasinstallatie af;
- – wijs de klant er op dat de goedkeuring vervalt, en
- – meldt dit dan direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur
- – De eventuele aanwezigheid van het kentekenbewijs vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest in de werkplaats, maar maakt de overtreding niet ongedaan en vormt evenmin een bijzonder feit of omstandigheid.
- – Boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie;
- – Nederlandstalige handleidingen en certificaten van de vereiste meetmiddelen;
- – het meest recente erkenningsbesluit.
- – de pincode van de LPG-technicus is persoonlijk;
- – de keuring van de gasinstallatie moet door een bevoegd LPG-technicus worden gedaan;
- – de LPG-technicus is degene die de keuring afmeldt;
- – er mag niet worden gesleuteld in quarantainetijd;
- – de aanwijzingen van de RDW medewerker moeten worden opgevolgd;
- – het voertuig, de LPG-technicus en de opnamekaart gasinstallatie moeten aanwezig zijn tijdens een steekproefcontrole.
- – de afschriften van de opnamekaarten gasinstallaties;
- – de steekproefcontrolerapporten;
- – als het een keuring van een VN/ECE-reglement 115-installatie betreft, de inbouwhandleiding of de verwijzing ernaar.
- – De steekproefcontrolerapporten (papieren versie) die u ontvangt moeten 30 maanden worden bewaard.
- – de transactiecode die u krijgt direct na de afmelding;
- – directe controle van het register;
- – het raadpleegscherm voor afmeldingen.
- – de controle van de rekening van de RDW waar u door de in rekening gebrachte meldingen controleerd met de door u afgemelde voertuigen.
- – niet vooraf doorgeven van wijzigingen met betrekking tot de erkenning.
- – sleutelen in quarantainetijd;
- – geen of onvoldoende medewerking verlenen, zoals:
- • voertuig niet aanwezig;
- • LPG-technicus niet aanwezig;
- • het niet ter beschikking stellen van de vereiste apparatuur;
- – onbevoegd gebruik van pincode;
- – gebruik maken van niet-geijkte apparatuur;
- – onbevoegde ondertekening van een opnamekaart gasinstallatie;
- – het niet volledig uitvoeren van een keuring;
- – keuren en afmelden van een gasinstallatie in een voertuig terwijl de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting niet wordt bereikt.
- – fraude;
- – ondermijning van het toezicht, zoals:
- • verbaal en/of fysiek geweld of dreiging daarmee;
- • niet verlenen van toegang tot de werkplaats;
- • intimidatie.
- a. De controle op het overeenstemmen van het voertuigidentificatienummer en kenteken van de auto met het kentekenregister van de RDW;
- b. De keuringskaart in de boordcomputer invoeren voor aanvang van de werkzaamheden;
- c. Controle of de inbouw van de boordcomputer deugdelijk is;
- d. De omstandigheden van de auto waarin de boordcomputer wordt geactiveerd controleren (artikel 12), zoals de onbelaste rijklare toestand (het voldoen aan de APK eisen van de banden), de bandenmaat en – spanning;
- e. Handelingen ten behoeve van de activering en de-activering van de boordcomputer.
- – over het gebruik van de keuringskaarten;
- – dat alleen ter zake kundige personen werkzaamheden aan een boordcomputer mogen verrichten;
- – over de procedure voor het opmaken en archiveren van de registerkaart.
- − fraude;
- − ondermijning van het toezicht, zoals:
- • verbaal en/of fysiek geweld of dreiging daarmee;
- • niet verlenen van toegang tot de werkplaats of inrichting;
- • intimidatie
- − Het tenaamstellen van kentekens
- − Het schorsen van voertuigverplichtingen
- − Het opheffen van de schorsing van voertuigverplichtingen
- 1. Bij de aanvraag van de erkenning voorziet u in ten minste 80% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners in een loket. In gemeenten waar u geen loket heeft, voorziet u in een loket in de naastgelegen gemeente. Binnen 2 jaar na verlening van de erkenning voorziet u in alle gemeenten met meer dan 10.000 inwoners in een loket. Bij gemeenten met minder dan 10.000 inwoners, moet in de naastgelegen gemeente een loket zijn.
- 2. Een loket moet ten minste 5 dagen in de week, 3 uur aaneengesloten geopend zijn, met uitzondering van nationale feestdagen.
- 3. U beschikt over een uitwijkplan in het geval een loket langer dan 24 uur uitvalt. In het uitwijkplan staat beschreven hoe u voor dat loket binnen 48 uur na de (tijdelijke) sluiting, in dezelfde of aangrenzende gemeente de dienst hervat. Bij uitval van een loket, bent u verplicht het uitwijkplan uit te voeren.
- 4. Ten behoeve van de herkenbaarheid van een loket als een locatie waar men terecht kan voor voertuigtenaamstellingen, schorsingen en opheffen van schorsingen van de voertuigverplichtingen ontvangt u een erkenningsticker van de RDW. U dient deze zichtbaar vanaf de buitenzijde van het loket te bevestigen.
- 5. U garandeert goede toegankelijkheid van uw loketten. U heeft hiertoe aantoonbare voorzieningen of maatregelen getroffen waardoor uw loketten toegankelijk zijn voor mindervaliden.
- 6. De gegevens en informatie die u in het kader van de uitvoering van de diensten van deze erkenning verwerkt dan wel waar u inzage in heeft, mogen uitsluitend worden gebruikt voor de verlening van de desbetreffende dienst. Dit geldt voor de erkenninghouder, diens loketten en andere, onder verantwoordelijkheid van de erkenninghouder, door hem ingezette partijen.
- 7. U sluit op een uniforme en door de RDW voorgeschreven wijze, aan op de RDW ICT infrastructuur met geschikte datacommunicatieapparatuur, waarbij voldaan wordt aan de eisen en voorwaarden die de RDW daaraan stelt. Deze zijn dat: