Art. 2.10 Paspoortbesluit, Vaststelling aanspraken op nooddocumenten
1. Het verstrekken van een nooddocument kan uitsluitend geschieden voor een aanvrager ten aanzien van wie voldoende aannemelijk is dat zijn reis geen uitstel gedoogt, en die niet in staat moet worden geacht op tijd een ander geldig reisdocument of Nederlandse identiteitskaart te verkrijgen.
2. Van de aanvrager kan worden verlangd, dat hij reisbescheiden overlegt waaruit de spoedeisendheid van zijn reis kan worden afgeleid, zoals vlieg-, boot-, trein- of bus tickets, hotelreserveringen en reisverzekeringen.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verificatie van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager en over de situaties waarin een noodpaspoort dan wel een laissez-passer wordt verstrekt.