Art. 3 Besluit Tijdelijke wet Groningen, Procedure omtrent benoeming, schorsing en ontslag en de rechtspositie van leden van het Instituut

Besluit Tijdelijke wet Groningen

1. Een voordracht voor schorsing of ontslag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet bevat de gronden voor ontslag en wordt niet gedaan dan nadat de voorzitter van het Instituut daarover is gehoord.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de plaatsvervangend voorzitter van het Instituut gehoord indien de voordracht voor schorsing of ontslag de voorzitter betreft.