Art. 6.5 Mandaatbesluit BZK 2020, Beperkingen mandaat directeuren

Mandaatbesluit BZK 2020

1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:

a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, het diensthoofd of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;

b. het namens de Staat aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een ambtenaar;

c. het verlenen van een jubileumuitkering;

d. het opleggen van een straf;

e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;

f. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;

g. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;

h. het beslissen tot een reorganisatie;

i. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;

j. het vaststellen van de formatie van de onder de diensthoofden en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;

k. de onderwerpen genoemd in artikel 4.5.

2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap.