Art. 25 Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, Subsidieverplichtingen

Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl

Het bevoegd gezag waaraan de subsidie, bedoeld in artikel 21, wordt verstrekt:

a. start met de ontwikkeling van het praktijkgericht programma TIV na verstrekking van de subsidie in schooljaar 2021/2022 en biedt dit praktijkgericht programma aan in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024;

b. roostert docenten vrij voor deelname aan de activiteiten en draagt zorg voor vervanging van die docenten;

c. draagt zorg voor deelname aan de activiteiten in het kader van de pilot;

d. deelt actief opgedane kennis, ervaring en materiaal met het onderwijsveld en de minister;

e. roostert personeel vrij en zorgt voor vervanging om deel te nemen aan de landelijke activiteiten die gepaard gaan met de invoering van de nieuwe leerweg;

f. draagt zorg voor aansluiting bij dan wel het opzetten of intensiveren van een samenwerking met minimaal één aangesloten mbo, één school die havo aanbiedt of een andere vmbo-school en één bedrijf of maatschappelijke instelling als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdelen d en e, voor het ontwikkelen van het praktijkgericht programma TIV en de invoering van dit programma in de schoolvestiging of vavo-instelling;

g. zendt uiterlijk op 1 oktober 2023 een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 28 en uiterlijk op 1 december 2024 een eindrapportage aan de minister;

h. ondertekent op uiterlijk 15 juni 2022 de akte van overdracht van het intellectueel eigendom van het materiaal dat ontwikkeld wordt ten behoeve van het praktijkgericht programma;

i. draagt zorg voor een afvaardiging van het personeel bij de landelijke activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwe leerweg;

j. werkt desgevraagd mee aan een namens de minister ingesteld monitor- en effectonderzoek waarvoor persoonsgegevens kunnen worden verwerkt; en

k. voert de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt uit tot en met uiterlijk het schooljaar 2023/2024.