Bijlage 1 Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade: als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit
Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
In dit protocol wordt verstaan onder: Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk. Indien na een geïnduceerde beving in een gebied in korte tijd een groter aantal schademeldingen wordt ontvangen door de Commissie, kan de Commissie in overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden, in het belang van een voortvarende schadebehandeling met de betrokken mijnbouwonderneming overeenkomen dat de Commissie voor bepaalde categorieën schademeldingen binnen een door de Commissie vastgesteld toepassingsgebied een causaal verband aanneemt en zonder een deskundigenonderzoek ter plaatse een conceptadvies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, vaststelt. In dit protocol wordt verstaan onder: Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van zoutwinning. Een schademelding wordt ingediend bij de Commissie Mijnbouwschade met behulp van een door de Commissie vastgesteld formulier. Een schademelding bevat ten minste: De Commissie bevestigt de ontvangst van de schademelding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na de ontvangst ervan. De Commissie biedt de gelegenheid zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de melding een informeel gesprek tussen de schademelder en de betrokken mijnbouwonderneming om te bezien of partijen, zonder de verdere processtappen als voorzien in dit protocol te doorlopen, tot overeenstemming kunnen komen over de afhandeling van de schademelding. De Commissie verzoekt de minister, indien gewenst door de schademelder, een procesbegeleider aan te wijzen die de schademelder bijstaat in het informeel gesprek. Indien de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft: Indien: informeert de Commissie de schademelder en de mijnbouwonderneming zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binne
- – de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk: de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van:
- i. olie- of gaswinning uit een klein veld;
- ii. olie- of gasopslag in een klein veld, of
- iii. injectie verbonden aan olie- en gaswinning uit een klein veld;
- – beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving: gebied dat na een geïnduceerde beving wordt vastgesteld aan de hand van de criteria genoemd in bijlage 3.
- – Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
- – deskundige: onafhankelijke deskundige die door de Commissie wordt benoemd in het kader van de behandeling van een schademelding door de Commissie;
- – Instellingsbesluit: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade;
- – klein veld: gas- of olievoorkomen gelegen binnen de Nederlandse gemeente- en provinciegrenzen, niet zijnde het Groningenveld en de gasopslag bij Norg;
- – partijen: bij de schademelding betrokken schademelder en mijnbouwonderneming of mijnbouwondernemingen;
- 1. Een schademelding wordt ingediend bij de Commissie met behulp van een door de Commissie vastgesteld formulier.
- 2. Een schademelding bevat ten minste:
- a. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de schademelder;
- b. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de gemachtigde, indien de schademelding door een gemachtigde wordt ingediend;
- c. de datum van de schademelding;
- d. de aard en het adres van het gebouw waarop de schademelding betrekking heeft;
- e. of de schademelder eigenaar is van het gebouw;
- f. de datum waarop de schade is geconstateerd;
- g. de datum, of een inschatting daarvan, waarop de schade waarschijnlijk is ontstaan, en de reden dat de schademelder dat weet of vermoedt;
- h. een aanduiding van de vermoedelijke oorzaak van de schade;
- i. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade en foto's daarvan;
- j. indien aanwezig, foto’s van de situatie voordat de vermoedelijke schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden;
- k. indien van toepassing de mededeling dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt, en zo ja, wanneer en bij welk orgaan;
- l. vermelding of eerder een bouwkundige opname is uitgevoerd al dan niet in opdracht van de mijnbouwonderneming (met datum uitvoering bouwkundige opname en kopie van het rapport);
- m. indien van toepassing, inzicht in de wijze waarop wordt gewaarborgd dat een eventuele gemachtigde de belangen van de schademelder voldoende behartigt;
- n. indien van toepassing, de mededeling dat eerder schade aan het gebouw is gemeld dan wel vergoed;
- o. indien van toepassing, een verklaring voor het niet-tijdig indienen van de schademelding;
- p. overige relevante informatie;
- q. een verklaring dat het schademeldingsformulier naar waarheid is ingevuld.
- 1. De Commissie bevestigt de ontvangst van de schademelding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na de ontvangst ervan.
- 2. De Commissie informeert de schademelder zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken of zijn melding door de Commissie in behandeling wordt genomen en, indien de melding in behandeling genomen wordt, over de te volgen procedure. Tevens geeft de Commissie informatie over de zaakbegeleider die door de Commissie wordt toegewezen aan de schademelder.
- 3. De Commissie stelt de schademelder een redelijke termijn voor aanvulling van de gegevens en stukken voor zover deze nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van een schademelding en de schademelder deze redelijkerwijs ter beschikking heeft of kan krijgen.
- 4. De Commissie kan de schademelder in de gelegenheid stellen om een mondelinge toelichting te geven op zijn schademelding.
- 1. De Commissie wijst naar aanleiding van een schademelding één of meerdere deskundigen aan om, binnen een daartoe door de Commissie gestelde termijn van ten hoogste zes maanden na ontvangst van de schademelding, een deskundigenrapport uit te brengen in het licht van de door de Commissie op te stellen advies, waarbij het onderzoek zal worden verricht op basis van een in de branche gangbare, algemeen erkende beoordelingsmethodiek voor schadevaststelling. De Commissie streeft ernaar dat de opname door de deskundige zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen drie maanden na aanwijzing van de deskundige plaatsvindt.
- 2. De Commissie stelt partijen in kennis van de aanwijzing van één of meerdere deskundigen.
- 3. De deskundige stelt een onderzoek in naar en geeft zijn deskundig oordeel over:
- a. de aard, omvang en, voor zover relevant, de vermoedelijke datum van ontstaan van de gemelde fysieke schade;
- b. wat de vermoedelijke oorzaak of oorzaken van de schade is of zijn;
- c. of naar het oordeel van de deskundige een causaal verband kan worden vastgesteld tussen de schade en bodembeweging en tussen bodembeweging en de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
- d. met welke omgevingsfactoren of gebouwkenmerken rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de schademelding, en
- e. de vraag naar de omvang van de schade die kan worden toegerekend aan bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk.
- 4. De deskundige maakt bij zijn onderzoek gebruik van de uitkomsten van de bouwkundige opnames die op grond van artikel 35, eerste lid, onderdeel g, van de Mijnbouwwet zijn verricht ten behoeve van het instemmingsbesluit, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet in het betreffende gebied.
- 5. Indien de deskundige over een van de in het derde lid genoemde onderdelen geen oordeel kan geven, dan geeft hij in zijn rapport aan welk onderdeel dit betreft en om welke reden hij geen oordeel kon geven.
- 6. De deskundige zendt het rapport met bevindingen aan de Commissie.
- 7. De deskundige werkt volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 2, negende lid, van het Instellingsbesluit en neemt de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht in acht.
- 8. Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van reden. De deskundige geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn die maximaal drie maanden bedraagt waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.
- 9. Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer of andere deskundigen worden benoemd om onderzoek te doen, kan de deskundige de Commissie daarom verzoeken of kan de Commissie uit eigen beweging besluiten om een aanvullend rapport te vragen.
- 1. De Commissie stelt een conceptadvies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, vast zonder een deskundige als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aan te wijzen, indien uit een eerste inhoudelijke beoordeling van de schademelding blijkt dat de schademelding:
- a. geen schade als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit betreft;
- b. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving, of
- c. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een gebied waar bodemdaling of bodemstijging is gemeten als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van gas- of oliewinning uit of gas- of olieopslag in een klein veld of waterinjectie verbonden aan olie- en gaswinning uit een klein veld.
- 2. De Commissie geeft in het conceptadvies gemotiveerd aan waarom toepassing is gegeven aan het eerste lid.
- 3. De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
- 1. De Commissie stelt binnen 4 weken nadat de deskundige zijn rapport heeft uitgebracht zijn conceptadvies op.
- 2. De Commissie stelt partijen in de gelegenheid binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk hun zienswijze te geven op een conceptadvies.
- 3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan op verzoek van partijen één maal met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.
- 4. Indien één van de partijen op basis van het conceptadvies van oordeel is dat de Commissie met het advies buiten haar bevoegdheid op grond van artikel 2, tweede lid en vierde lid tot en met achtste lid, van het Instellingsbesluit treedt of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol, dan kan deze partij de Minister binnen de door de Commissie in het eerste lid bedoelde termijn gemotiveerd verzoeken om een derde partij opdracht te geven om binnen een door de Minister te stellen termijn een onafhankelijk en deskundig oordeel te geven over de vraag of de Commissie met haar oordeel in het conceptadvies haar bevoegdheden te buiten gaat of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol.
- 5. De Minister stuurt na ontvangst van het verzoek een afschrift van dit verzoek aan de Commissie en de andere bij het conceptadvies betrokken partijen.
- 6. De Minister doet het oordeel van de derde partij na ontvangst van dit oordeel toekomen aan de Commissie en partijen.
- 7. De Commissie geeft uitvoering aan het in het derde lid bedoelde oordeel.
- 1. De Commissie stelt binnen twee weken na ommekomst van de zienswijze termijn, bedoeld in artikel 8, tweede lid, of indien van toepassing na ontvangst van het oordeel bedoeld in artikel 8, vierde lid, een advies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het besluit vast.
- 2. Het advies wordt op schrift gesteld, door de Commissie ondertekend en aan partijen toegezonden.
- 3. Het advies bevat in elk geval:
- a. de naam van het lid of de leden van de Commissie die namens de Commissie advies uitbrengen;
- b. de namen en de woonplaatsen van partijen;
- c. een weergave van de schademelding en een kort overzicht van het verloop van de procedure bij de Commissie;
- e. het advies;
- f. de gronden voor het advies;
- g. de dagtekening van het advies;
- h. indien van toepassing, het rapport van de deskundige;
- i. indien van toepassing, de zienswijze of zienswijzen bedoeld in artikel 8, tweede lid;
- j. indien van toepassing, het oordeel bedoeld in artikel 8, vierde lid.
- 1. Een partij kan tot acht weken na de dagtekening van het advies de Commissie verzoeken een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent in het advies te verbeteren.
- 2. Als de Commissie het advies verbetert, dan wordt dit in een apart stuk vermeld. Het stuk wordt zo spoedig mogelijk aan partijen gezonden.
- 1. Indien de Commissie in zijn advies heeft geoordeeld dat de mijnbouwonderneming een schadebedrag moet vergoeden aan de schademelder, zendt de Commissie aan de schademelder tevens een instemmingsformulier.
- 2. Indien schademelder instemt met het advies, inclusief het daarin genoemde schadebedrag, verklaart de schademelder hiermee in te stemmen door ondertekening en het terugsturen van dit formulier aan de Commissie.
- 3. Op het instemmingsformulier vult de schademelder de gevraagde gegevens in die noodzakelijk zijn voor de uitbetaling van het schadebedrag door de mijnbouwonderneming aan de schademelder.
- 4. De Commissie stuurt het instemmingsformulier per ommegaande door aan de betreffende mijnbouwonderneming.
- – aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk: aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van zoutwinning uit een zoutcaverne op land;
- – Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
- – beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving: gebied dat na een geïnduceerde beving wordt vastgesteld aan de hand van de criteria genoemd in bijlage 3.
- – Commissie Mijnbouwschade: door de Minister ingestelde Commissie Mijnbouwschade;
- – deskundige: onafhankelijke deskundige die door de Commissie wordt benoemd in het kader van de behandeling van een schademelding door de Commissie;
- – Instellingsbesluit: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade;
- – partijen: bij de schademelding betrokken schademelder en mijnbouwonderneming of mijnbouwondernemingen;
- – zoutcaverne op land: zoutcaverne gelegen binnen de Nederlandse gemeente- en provinciegrenzen.
- a. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de schademelder;
- b. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de gemachtigde, indien de schademelding door een gemachtigde wordt ingediend;
- c. de datum van de schademelding;
- d. de aard en het adres van het gebouw waarop de schademelding betrekking heeft;
- e. of de schademelder eigenaar is van het gebouw;
- f. de datum waarop de schade is geconstateerd;
- g. de datum, of een inschatting daarvan, waarop de schade waarschijnlijk is ontstaan, en de reden dat de schademelder dat weet of vermoedt;
- h. een aanduiding van de vermoedelijke oorzaak van de schade;
- i. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade en foto's daarvan;
- j. indien aanwezig, foto’s van de situatie voordat de vermoedelijke schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden;
- k. indien van toepassing de mededeling dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt, en zo ja, wanneer en bij welk orgaan.
- l. vermelding of eerder een bouwkundige opname is uitgevoerd al dan niet in opdracht van de mijnbouwonderneming, met datum uitvoering bouwkundige opname en kopie van het rapport;
- m. indien van toepassing, inzicht in de wijze waarop wordt gewaarborgd dat een eventuele gemachtigde de belangen van de schademelder voldoende behartigt;
- n. indien van toepassing, de mededeling dat eerder schade aan het gebouw is gemeld dan wel vergoed;
- o. indien van toepassing, een verklaring voor het niet-tijdig indienen van de schademelding;
- p. overige relevante informatie;
- q. een verklaring dat het schademeldingsformulier naar waarheid is ingevuld.
- a. met de mijnbouwonderneming tot overeenstemming te zijn gekomen over de afhandeling van de schademelding, sluit de Commissie de schademelding af en merkt de schade waar de melding betrekking op heeft aan als schade waarvoor door de mijnbouwonderneming na een schademelding een vergoeding is vastgesteld als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, van het Instellingsbesluit; of
- b. niet met de mijnbouwonderneming tot overeenstemming te zijn gekomen over de afhandeling van de schademelding wordt de schade waar de melding betrekking op heeft niet aangemerkt als schade als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel c, van het Instellingsbesluit.
- a. de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft niet informeel in overleg te willen treden over de melding;
- b. de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft naar aanleiding van het informeel gesprek niet tot overeenstemming te zijn gekomen, of
- c. de Commissie binnen vier weken na het informeren van de mijnbouwonderneming over de wens van de schademelder om informeel in overleg te willen treden geen schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel b, heeft ontvangen,
- a. de aard, omvang en, voor zover relevant, de vermoedelijke datum van ontstaan van de gemelde fysieke schade;
- b. wat de vermoedelijke oorzaak of oorzaken van de schade is of zijn;
- c. of naar het oordeel van de deskundige een causaal verband kan worden vastgesteld tussen de schade en bodembeweging en tussen bodembeweging en de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
- d. met welke omgevingsfactoren of gebouwkenmerken rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de schademelding, en
- e. de vraag naar de omvang van de schade die kan worden toegerekend aan bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk.
- a. geen schade als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit betreft;
- b. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving, of
- c. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een gebied waar bodemdaling of bodemstijging is gemeten als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van zoutwinning uit een zoutcaverne op land.
- a. de naam van het lid of de leden van de Commissie die namens de Commissie advies uitbrengen;
- b. de namen en de woonplaatsen van partijen;
- c. een weergave van de schademelding en een kort overzicht van het verloop van de procedure bij de Commissie;
- d. het advies;
- e. de gronden voor het advies;
- f. de dagtekening van het advies;
- g. indien van toepassing, het rapport van de deskundige;
- h. indien van toepassing, de zienswijze of zienswijzen bedoeld in artikel 9, tweede lid;
- i. indien van toepassing, het oordeel bedoeld in artikel 9, vijfde lid.
- – Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
- – beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving: gebied dat na een geïnduceerde beving wordt vastgesteld aan de hand van de criteria genoemd in bijlage 3.
- – Commissie Mijnbouwschade: door de minister ingestelde Commissie Mijnbouwschade;
- – deskundige: onafhankelijke deskundige die door de Commissie wordt benoemd in het kader van de behandeling van een schademelding door de Commissie;
- – exploitatie van een mijnbouwwerk: exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van opslag van stoffen in een zoutcaverne op land;
- – Instellingsbesluit: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade;
- – partijen: bij de schademelding betrokken schademelder en mijnbouwonderneming of mijnbouwondernemingen;
- – zoutcaverne op land: zoutcaverne gelegen binnen de Nederlandse gemeente- en provinciegrenzen.
- a. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de schademelder;
- b. naam, adres, telefoonnummer en bij voorkeur e-mailadres van de gemachtigde, indien de schademelding door een gemachtigde wordt ingediend;
- c. de datum van de schademelding;
- d. de aard en het adres van het gebouw waarop de schademelding betrekking heeft;
- e. of de schademelder eigenaar is van het gebouw;
- f. de datum waarop de schade is geconstateerd;
- g. de datum, of een inschatting daarvan, waarop de schade waarschijnlijk is ontstaan, en de reden dat de schademelder dat weet of vermoedt;
- h. een aanduiding van de vermoedelijke oorzaak van de schade;
- i. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade en foto's daarvan;
- j. indien aanwezig, foto’s van de situatie voordat de vermoedelijke schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden;
- k. indien van toepassing de mededeling dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt, en zo ja, wanneer en bij welk orgaan;
- l. vermelding of eerder een bouwkundige opname is uitgevoerd al dan niet in opdracht van de mijnbouwonderneming, met datum uitvoering bouwkundige opname en kopie van het rapport;
- m. indien van toepassing, inzicht in de wijze waarop wordt gewaarborgd dat een eventuele gemachtigde de belangen van de schademelder voldoende behartigt;
- n. indien van toepassing, de mededeling dat eerder schade aan het gebouw is gemeld dan wel vergoed;
- o. indien van toepassing, een verklaring voor het niet-tijdig indienen van de schademelding;
- p. overige relevante informatie;
- q. een verklaring dat het schademeldingsformulier naar waarheid is ingevuld.
- a. met de mijnbouwonderneming tot overeenstemming te zijn gekomen over de afhandeling van de schademelding, sluit de Commissie de schademelding af en merkt de schade waar de melding betrekking op heeft aan als schade waarvoor door de mijnbouwonderneming na een schademelding een vergoeding is vastgesteld als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, van het Instellingsbesluit; of
- b. niet met de mijnbouwonderneming tot overeenstemming te zijn gekomen over de afhandeling van de schademelding wordt de schade waar de melding betrekking op heeft niet aangemerkt als schade als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel c, van het Instellingsbesluit.
- a. de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft niet informeel in overleg te willen treden over de melding;
- b. de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft naar aanleiding van het informeel gesprek niet tot overeenstemming te zijn gekomen, of
- c. de Commissie binnen vier weken na het informeren van de mijnbouwonderneming over de wens van de schademelder om informeel in overleg te willen treden geen schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel b, heeft ontvangen,
- a. de aard, omvang en, voor zover relevant, de vermoedelijke datum van ontstaan van de gemelde fysieke schade;
- b. wat de vermoedelijke oorzaak of oorzaken van de schade is of zijn;
- c. of naar het oordeel van de deskundige een causaal verband kan worden vastgesteld tussen de schade en bodembeweging en tussen bodembeweging en de exploitatie van een mijnbouwwerk;
- d. met welke omgevingsfactoren of gebouwkenmerken rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de schademelding, en
- e. de vraag naar de omvang van de schade die kan worden toegerekend aan bodembeweging door de exploitatie van een mijnbouwwerk.
- a. geen schade als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit betreft;
- b. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een beoordelingsgebied van een geïnduceerde beving, of
- c. geen betrekking heeft op een gebouw gelegen in een gebied waar bodemdaling of bodemstijging is gemeten als gevolg van de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van de opslag van stoffen in een zoutcaverne op land.
- a. de naam van het lid of de leden van de Commissie die namens de Commissie advies uitbrengen;
- b. de namen en de woonplaatsen van partijen;
- c. een weergave van de schademelding en een kort overzicht van het verloop van de procedure bij de Commissie;
- d. het advies;
- e. de gronden voor het advies;
- f. de dagtekening van het advies;
- g. indien van toepassing, het rapport van de deskundige;
- h. indien van toepassing, de zienswijze of zienswijzen bedoeld in artikel 9, tweede lid;
- i. indien van toepassing, het oordeel bedoeld in artikel 9, vijfde lid.
- – aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk: aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van de steenkoolwinning in Nederland;
- – Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
- – deskundige: onafhankelijke deskundige die door de Commissie wordt benoemd in het kader van de behandeling van een adviesvraag door de Commissie;
- – Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning: Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning gevestigd in het Gegevenshuis als bedoeld in artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling ‘Het Gegevenshuis’;
- – Instellingsbesluit: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade;
- – partijen: de minister en de aanvrager van de aanvraag waar de adviesvraag betrekking op heeft;
- – woning: woning als bedoeld in artikel 1, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg.
- a. maakt de Commissie gebruik van de beschikbare informatie over steenkoolwinning in de gebieden als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg, waaronder van de bij het Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning beschikbare informatie; en
- b. laat de Commissie indien noodzakelijk naar aanleiding van een adviesvraag een eerste opname van de schade verrichten door een schadeopnemer en een raming van de kosten voor herstel van de schade door een kostencalculator; en
- c. wijst de Commissie indien noodzakelijk naar aanleiding van een adviesvraag één of meerdere inspecteurs aan.
- a. de aard en omvang van de gemelde fysieke schade;
- b. wat de vermoedelijke oorzaak is of oorzaken van de schade zijn;
- c. of naar het oordeel van de inspecteur voldoende aannemelijk is dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
- d. met welke omgevingsfactoren of gebouwkenmerken rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de adviesvraag; en
- e. de vraag naar de omvang van de schade, waarbij waar mogelijk inzichtelijk wordt gemaakt voor welk deel van de schade voldoende aannemelijk is dat deze is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk dan wel dat deze een andere evidente schadeoorzaak heeft.
- a. geen mijnbouwschade als bedoeld in artikel 1 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg betreft; of
- b. de mijnbouwschade niet meer dan € 10.000 bedraagt.
- a. nadat de inspecteur zijn rapport heeft uitbracht; of
- b. nadat de kostencalculator zijn advies heeft uitgebracht, indien er geen inspectieadvies is gevraagd; of
- c. na ontvangst van de adviesaanvraag, indien er geen rapport van de schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur is gevraagd.
- a. de naam van het lid of de leden van de Commissie die namens de Commissie advies uitbrengen;
- b. een weergave van de adviesvraag en een kort overzicht van het verloop van de procedure bij de Commissie;
- c. eventuele door de aanvrager op verzoek van de Commissie overgelegde aanvullende informatie;
- d. het advies als bedoeld in artikel 5 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg;
- e. de vermelding of de kosten van de voorziening naar het oordeel van de Commissie hoger zijn dan de waarde van de woning in onbeschadigde staat;
- f. de vermelding of er ten aanzien van middelgrote mijnbouwschades op grond van artikel 1 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg aanleiding bestaat een bouwdepot, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg, toe te kennen;
- g. of er door de Commissie ten aanzien van de woning waar de aanvraag op ziet een melding van een acuut onveilige situatie is gedaan;
- h. de gronden voor het advies;