Art. 4 Besluit medische hulpmiddelen, Verbodsbepalingen herverwerking
Herverwerking van een medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik is verboden, indien:
a. het medische hulpmiddel in aanraking is gekomen met één of meer van de volgende weefsels:
1. hersenen;
2. ruggengraat;
3. netvlies;
4. oogzenuw;
5. ruggenmergszenuwknoop;
6. ganglion van Gasser;
7. hypofyse;
8. harde hersenvlies.
b. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt die een variant van of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob heeft;
c. het medische hulpmiddel bij ingrepen is toegepast bij een patiënt met een onverklaard neurologisch lijden, dat ten minste twee van de volgende ziekteverschijnselen omvat:
1. progressieve dementie;
2. myoclonieën;
3. ataxie.
d. het oorspronkelijke medische hulpmiddel reeds is herverwerkt door een andere organisatie of via een ander proces.