Bijlage 1 Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020: beoordelingskader behorende bij artikel 3.5 van de subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020

Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020

Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: De criteria zijn in deze paragraaf nader uitgewerkt. In paragraaf 2 is uiteengezet hoe de beoordeling en rangschikking van de subsidieaanvragen plaatsvindt. De beoordeling van de subsidieaanvraag geschiedt door een door de Minister in te stellen onafhankelijke beoordelingscommissie. De commissie beoordeelt de aanvraag aan de hand van het bovenstaande beoordelingskader op urgentie en kwaliteit. De aanvraag moet voldoen aan de vereisten in het beoordelingskader. Een aanvraag kan alleen worden goedgekeurd indien de commissie ieder criterium met een voldoende (minimaal een zes op een tienpunt-schaal) heeft beoordeeld. Hierbij is de urgentie van de uitvoering van het plan van doorslaggevend belang. Ieder onderdeel (A,B,C, D) van de aanvraag wordt van een cijfer voorzien. De aanvraag dient op alle criteria een voldoende te scoren. Voor criterium 1 geldt dat alle subonderdelen van onderdeel A (afbakening van de regio) aan alle voorwaarden moeten voldoen. Voldoen deze onderdelen hieraan dan ontvangt de aanvrager voor dit onderdeel een voldoende (ofwel een 6). Omdat de onderdelen B en C van dit criterium inzicht moeten geven in de urgentie van de uitvoering van het plan weegt criterium 1 tweemaal zo zwaar als de overige criteria. De aanvragen worden gerangschikt op het totaalcijfer. Indien twee of meerdere aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt, beslist de Minister op basis van loting. Criterium Score Weging Criterium 1 onderdeel a Onderdeel B Onderdeel C 6 0–10 0–10 De totaalscore criterium 1 wordt vermenigvuldigd met twee. Criterium 2 0–10 Criterium 3 0–10 Criterium 4 0–10