Art. 7 Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten
Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan eenmalig in de artikelen 2, eerste lid, 3, 5 en 9, tweede lid, «1 september 2020» worden vervangen door «1 oktober 2020», «1 november 2020» of «1 december 2020».
2. Indien uitvoering is gegeven aan het eerste lid:
a. kunnen huurovereenkomsten die overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4 of 5 zijn verlengd, nogmaals worden verlengd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 en
b. is in afwijking van artikel 1 deze wet voorts van toepassing op huurovereenkomsten als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de bepaalde tijd verstrijkt na 30 juni 2020 en niet later dan twee maanden vóór de overeenkomstig het eerste lid bepaalde vervaldatum van deze wet.