Bijlage 4 Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020: behorende bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
Indien een spoorvoertuig is voorzien van een automatisch treinbeveiligingssysteem (ATB) dat werkt op basis van remcurvebewaking wordt van dat ATB-systeem ten minste geregistreerd:
- • de door de machinist ingevoerde gegevens
- • de aan de machinist gegeven opdrachten en toestemmingen
- • bedieningshandelingen in opdracht of op verzoek van de ATB
- • bedieningshandeling waarmee de remcurvebewaking wordt genegeerd
- • bediening ‘Gladspoor’ knop1informatie over het adhesiegedrag van het spoorvoertuig, indien aanwezig/beschikbaar
- • de door de ATB bewaakte snelheid
- • de aan de machinist getoonde bewaakte snelheid
- • de data die door de ATB-treinapparatuur van de ATB-baanapparatuur wordt ontvangen
- • de data die door de ATB-treinapparatuur aan de ATB-baanapparatuur wordt gezonden2informatie over het adhesiegedrag van het spoorvoertuig, indien aanwezig/beschikbaar
- • storingsmeldingen ATB-baanapparatuur
- • storingsmeldingen ATB-treinapparatuur
- • de uitvoering en het resultaat van de test van de ATB-treinapparatuur
- • de door de ATB geïnitieerde ingrepen
- • indien de ATB buiten bedrijf is geschakeld