Art. 4 Plantgezondheidswet, EU-quarantaineorganismen en EU-gereguleerde niet-quarantaineorganismen
1. Onze Minister kan in situaties als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van verordening 2016/2031, strengere fytosanitaire maatregelen treffen dan de fytosanitaire maatregelen, bedoeld in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, en artikel 30, eerste, derde en vierde lid, van verordening 2016/2031.
2. Onze Minister kan in situaties als bedoeld in artikel 37, negende lid, van verordening 2016/2031, strengere fytosanitaire maatregelen treffen dan de fytosanitaire maatregelen, bedoeld in artikel 37, vierde lid, van verordening 2016/2031.