Art. 40 Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020, Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen
Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020
1. De Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen (BFB) heeft de volgende hoofdtaken:
a. Het voorbereiden en coördineren van het beleid inzake de internationale monetaire en financiële aangelegenheden;
b. Het voorbereiden en coördineren van het standpunt van Financiën inzake Europese integratie;
c. Het voorbereiden en coördineren van het beleid inzake internationale financiële instellingen;
d. Het adviseren omtrent andere internationale vraagstukken, en het assisteren van de departementsleiding bij internationale contacten;
e. Het voorbereiden en coördineren van nationaal en internationaal beleid op het gebied van exportkredietverzekering, contra- en investeringsgaranties.
2. De Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:
a. de afdeling Europese Unie met als taken:
i. Voorbereiden van het beleid ten aanzien van de Economische en Monetaire Unie;
ii. Voorbereiden en coördineren van het beleid van het Ministerie van Financiën ten aanzien van samenwerking in EU-verband en het bevorderen van een beheerste ontwikkeling van de EU-uitgaven met het oog op aanvaardbare ontwikkeling van de bruto-afdrachten aan de EU en de Nederlandse positie ten aanzien van de EU;
iii. Het coördineren van de Technische Assistentie binnen het Ministerie van Financiën.
b. de afdeling Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties met als taken:
i. Voorbereiden, coördineren en uitvoeren van nationaal en internationaal beleid op het gebied van exportkredietverzekering, contra- en investeringsgaranties;
ii. Regelen van schulden met landen die in betalingsmoeilijkheden zijn geraakt;
iii. Voorbereiden en coördineren van betrokkenheid van het Ministerie van Financiën op het gebied van internationale handelsvraagstukken.
c. de afdeling Internationale Economie en Financiële Instellingen met als taken:
i. Voorbereiden van het beleid ten aanzien van internationale monetaire en betalingsbalansvraagstukken (onder meer in het kader van IMF en OESO);
ii. Voorbereiden van het beleid ten aanzien van de internationale economische en financiële ontwikkelingen;
iii. Voorbereiden van het Nederlandse beleid ten aanzien van ontwikkelingsbanken en -fondsen EBRD en EIB en financiële aspecten ontwikkelingssamenwerking.