Art. 1 Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020, Begrippen

Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. het ministerie van Financiën: het kernministerie, de Belastingdienst en de inspectie belastingen, toeslagen en douane;

b. het kernministerie: de Generale Thesaurie, het directoraat-generaal Rijksbegroting, het directoraat-generaal Fiscale Zaken, het cluster secretaris-generaal, de regeringscommissaris en het bureau van de belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden;

c. de Belastingdienst: de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane;

d. de minister: de Minister van Financiën;

e. de staatssecretaris: de Staatssecretaris van Financiën;

f. bewindspersoon: de Minister of de Staatssecretaris van Financiën;

g. algemene leiding: de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de thesaurier-generaal;

h. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;

i. (hoofd)budgethouder: hoofd van een organisatie-eenheid verantwoordelijk voor het financieel beheer van één of meer budgetten;

j. bedrijfsvoering: onderwerpen op de terreinen van personeel en organisatie, informatievoorziening en ict, inkoop, huisvesting, facilitaire zaken en beveiliging;

k. eigenaar: degene die oog houdt voor stabiliteit en continuïteit van een organisatie en is verantwoordelijk voor het inrichten en faciliteren van de governancestructuur gebaseerd op het rijksbreed toegepaste driehoeksmodel;

l. opdrachtnemer: degene die verantwoordelijk is voor een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige uitvoering van (fiscale) wet- en regelgeving en de verantwoording hierover;

m. opdrachtgever: degene die verantwoordelijk is voor een uitvoerbare formulering van de beleidsopdracht, met een zo concreet mogelijke omschrijving van de gewenste beleidsdoelen en resultaatafspraken;

n. coördinerend opdrachtgever: degene die de integrale benadering van beleid en uitvoering bevordert via de coördinatie van de beleid- en opdrachtcyclus in nauwe samenwerking met de opdrachtgever en de opdrachtnemer.