Art. 1 Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020, Doorverlenen ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging

Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020

1. De aan de directeur-generaal krachtens ondermandaat toegekende bevoegdheden, als omschreven in de artikelen 10, 11 en 14 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, kunnen krachtens het hierbij verleende ondermandaat worden uitgeoefend door:

a. de plaatsvervangend directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;

b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.

2. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst aan hem zijn toevertrouwd.

3. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.