Art. 4 M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten- Generaal 2020, Volmacht en machtiging diensthoofden HR en FEZ
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten- Generaal 2020
1. Aan het diensthoofd HR wordt volmacht en machtiging verleend tot:
a. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met medewerkers namens de Staat der Nederlanden, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd met uitzondering van de arbeidsovereen-komst van de Griffier en de directeuren.
b. het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie tegen besluiten van uitvoeringsorganisaties;
c. het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie en het voeren van verweer bij de geschillencommissie als bedoeld in de CAO Rijk;
d. het indienen van een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
e. het verzoek van toestemming UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, na een daartoe strekkend besluit van de portefeuillehouder of diensthoofd;
f. het afhandelen en laten uitbetalen van een transitievergoeding;
g. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer;
h. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren.
2. Aan het diensthoofd FEZ wordt volmacht en machtiging verleend tot:
a. het uitvoeren van het begrotingsbeheer en het dragen van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;
b. het toezicht houden op de begroting, het financieel beheer en de uitvoering hiervan en het coördineren van onderzoek naar doeltreffend-heid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
c. het uitvoeren van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal;
d. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfs-voering worden gevoerd;
e. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;
f. het vaststellen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
g. het afhandelen van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken.