Art. 2.12 SLIM-regeling, Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. de beoogde initiatieven en resultaten onvoldoende meetbaar zijn geformuleerd;
c. de haalbaarheid van de beoogde aanpak onvoldoende aannemelijk is gemaakt;
d. de evaluatieopzet onvoldoende of ongeschikt is om de effectiviteit en bruikbaarheid van een initiatief te kunnen beoordelen;
e. een initiatief niet uitvoerbaar is binnen bestaande wet- en regelgeving;
f. onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
g. op grond van deze regeling binnen hetzelfde aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;
h. er geen de-minimisverklaring en, indien van toepassing, mkb-verklaring is afgegeven;
i. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.7 wordt overschreden;
j. de subsidieaanvraag ziet op het ontwikkelen van een initiatief niet bedoeld voor werkenden in de onderneming maar voor commerciële doeleinden; of
k. de subsidieaanvraag ziet op een activiteit als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a of c, en aan de subsidieaanvrager voor een dergelijke activiteit reeds subsidie is verleend die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag nog niet is vastgesteld.