Art. 4 Regeling houdende tijdelijke maatregelen Plantenziektenwet
Regeling houdende tijdelijke maatregelen Plantenziektenwet
De NAK wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot landbouwgewassen voor:
a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften;
b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in de artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031;
c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031;
d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031;
e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031;
f. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625, voor zover de zending betrekking heeft op planten, plantaardige producten en ander materiaal;
g. het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid, van de wet;
h. het doen van mededelingen, aanzeggingen, toestemmingen en aanwijzingen op grond van het Besluit bestrijding schadelijke organismen, indien de NAK de vondst zelf mag afhandelen;
i. het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de NAK de vondst zelf mag afhandelen.