Art. 4 Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo, Subsidieplafond

Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 per boekjaar beschikbaar:

a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a: een bedrag van maximaal € 680.000;

b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b: een bedrag van maximaal € 3.600.000;

c. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: een bedrag van maximaal € 500.000.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 758.000 beschikbaar.

3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn de volgende bedragen beschikbaar voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a:

a. voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024: maximaal € 857.490.

b. voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025: maximaal € 857.490.

4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 3.827.000 beschikbaar.

5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.434.000 beschikbaar.

6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.610.000 beschikbaar.

7. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.

8. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 907.000 beschikbaar.

9. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.817.000 beschikbaar.

10. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.