Bijlage 1 Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2019–2020: beoordelingskader verduurzaming
Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2019–2020
Deze bijlage behoort bij artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2019–2020. In onderstaande lijst zijn de meest gangbare energiebesparende maatregelen opgenomen en wordt per maatregel aangegeven hoeveel punten behaald kunnen worden. Basismaatregelen Punten 1 Kierdichting 2 2 Raamluiken 1 3 Schoorsteenballonen of schoorsteenkleppen 1 4 Isolatie van leidingen en appendages 1 5 Radiatorfolie 1 6 Inregelen van verwarmingsinstallatie 1 7 Verwarmingsregeling 1 8 Verlichtingsregeling 1 Isolerende maatregelen 9 Vensterisolatie 3 10 Dak- of kapisolatie 3 11 Gevelisolatie 3 12 Vloerisolatie/bodemisolatie 3 Energievoorziening 13 HRe- of Hybride ketel 1 14 Biomassa gestookte installatie 2 15 Warmtepomp 1 16 Warmtekrachtkoppeling 1 17 Warmte-koudeopslag 3 18 Zonnepanelen en overige systemen op basis van zonne-energie 1 19 Aansluiting op warmtenet 1 Distributie, afgifte en terugwinning 20 Lagetemperatuurverwarming (LTV) 1 21 WTW 1 22 Vraaggestuurde mechanische ventilatie 1 23 Waterbesparende maatregelen 1 Voor een aantal maatregelen zijn hieronder specifieke technische eisen opgenomen. De onder technische eisen genoemde waarden dienen te worden behaald tenzij dat vanwege de monumentale waarden of vanuit bouwfysisch oogpunt niet mogelijk is. In dat geval worden ook punten toegekend als maatregelen worden genomen waarmee met inachtneming van de monumentale waarden en de mogelijkheden vanuit bouwfysisch oogpunt het maximaal haalbare wordt bereikt. In de Verklaring energiebesparing rijksmonument wordt verklaard dat (in voorkomend geval) aan de specifieke technische eisen wordt voldaan. Als niet geheel aan de technische eisen kan worden voldaan, wordt toegelicht waarom dit het geval is. In dat geval wordt in de verklaring opgenomen welke maatregelen genomen worden om het maximaal haalbare te bereiken, alsook welke waarden met die maatregelen kunnen worden behaald.
- – Indien bij de restauratie van het rijksmonument werkzaamheden worden verricht die leiden tot een substantiële verbetering van de duurzaamheid van het rijksmonument, wordt bovenop het basispercentage van 30% subsidie over de subsidiabele kosten 40 procentpunt extra subsidie toegekend.
- – In artikel 9, vierde lid, staan de indieningsvereisten beschreven die gelden indien een eigenaar voor een verhoging van het subsidiepercentage in aanmerking wil komen vanwege werkzaamheden ter verbetering van de duurzaamheid van het gebouwde rijksmonument.
- – Een verduurzamingsadvies dient op grond van artikel 1 van deze regeling te voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage 2.
- – De verklaring energiebesparing rijksmonument wordt ondertekend door de energieadviseur of eindverantwoordelijke architect. In de verklaring wordt aangegeven welke maatregelen getroffen worden, en wordt verklaard dat de uit te voeren energiebesparende maatregelen voldoen aan de daarvoor (in voorkomend geval) geldende technische eisen in deze bijlage (zie de paragraaf ‘Maatregelenlijst’ hieronder), en dat zij aansluiten op het verduurzamingsadvies. Het te hanteren model voor deze verklaring wordt beschikbaar gesteld op www.cultureelerfgoed.nl.
- – Dit beoordelingskader bevat een puntenstelsel, op basis waarvan wordt bepaald of van een substantiële verbetering van de duurzaamheid van het rijksmonument sprake is. Met iedere energiebesparende maatregel die is opgenomen op de maatregelenlijst (zie hieronder) kunnen punten verdiend worden (1 tot 3 punten). De verhoging van het subsidiepercentage wordt toegekend indien met de uit te voeren verduurzamingsmaatregelen ten minste 14 punten worden behaald.
- – De punten voor een energiebesparende maatregel worden alleen toegekend als de desbetreffende maatregel zo volledig mogelijk wordt uitgevoerd ten behoeve van alle te verwarmen ruimtes in het monument, zonder nadelige gevolgen voor het monument (bouwfysisch) of zijn monumentale waarden. Ter illustratie: het maximum aantal punten voor vensterisolatie (3 punten) wordt alleen toegekend als alle vensters van alle te verwarmen ruimtes in het monument worden geïsoleerd, voor zover dat mogelijk is vanuit bouwfysisch oogpunt en met het oog op de monumentale waarden.
- – Als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op basis van de aanvraag of eventueel nader onderzoek tot de conclusie komt dat de voorgestelde verduurzamingsmaatregel zou leiden tot onacceptabele schade aan de monumentale waarde van het monument, dan worden de punten voor de desbetreffende maatregel niet toegekend. Daarbij hanteert de RCE de uitgangspunten die zij ook toepast bij het geven van een advies aan een gemeente bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
- – Bij de maatregelen telt via het openbare elektriciteitsnet geleverde duurzame energie niet mee als maatregel. Wel tellen mee (niet via het openbare elektriciteitsnet) gekoppelde duurzame energiebronnen als warmte- en koudenetten én gebiedsgebonden duurzame elektriciteitsopwekking die fysiek (via een rechtstreekse kabel of leiding) verbonden zijn aan het monument.
- – De te treffen maatregelen dienen te worden uitgevoerd door een aannemer of installateur. Een keurmerk is niet noodzakelijk. Voor maatregelen die in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd, worden geen punten toegekend.
- – In één geval kan ten gunste van de eigenaar worden afgeweken van de maatregelenlijst. De verhoging van het subsidiepercentage wordt telkens toegekend als met de verduurzamingsmaatregelen een energieprestatieverbeteringspercentage van ten minste 75% wordt gerealiseerd (ten opzichte van een theoretisch model van het rijksmonument waarin die werkzaamheden niet zijn verdisconteerd). De maatregelen mogen niet in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd.
- – De eigenaar toont dit aan met een schriftelijke weergave van een uitgevoerde simulatie van de met de maatregelen te verwachten energieprestatieverbetering.
- – Het model op basis waarvan de simulatie wordt uitgevoerd dient ten minste aan de volgende eisen te voldoen:
- – Het model is dynamisch (houdt rekening met thermische massa, seizoenen, etc.);
- – De simulatie wordt uitgevoerd in een integraal 3D-model waarin alle relevante bouwdelen en maatregelen zijn opgenomen;
- – De simulatie is representatief voor wat betreft:
- ° Gebouwkarakteristieken (zones, materiaaleigenschappen);
- ° Gebruikskarakteristieken (gewenst niveau van verwarming en verlichting in verschillende ruimten op verschillende tijdstippen); en
- ° Klimatologische omstandigheden (aan de hand van een referentiejaar).
- – In de simulatie wordt het huidige gebouw als nulscenario voor de vergelijking genomen. Indien het gebouw niet wind- en waterdicht is, wordt echter het gebouw als ware het wind- en waterdicht als nulscenario genomen.
- – Om te voorkomen dat de uitkomsten worden beïnvloed door een eventueel gewijzigd gebruik, geldt als uitgangspunt dat de berekeningen zijn gebaseerd op het toekomstig gebruik van het gebouw (na uitvoering van de werkzaamheden). Dat gebruik kan hetzelfde zijn als het huidige gebruik.
- – Bij de bepaling van het energieprestatieverbeteringspercentage mag via het openbare elektriciteitsnet geleverde duurzame energie niet worden meegerekend. Niet via het openbare elektriciteitsnet gekoppelde duurzame energiebronnen zoals warmte- en koudenetten of gebiedsgebonden duurzame elektriciteitsopwekking mogen, mits die via een rechtstreekse kabel of leiding verbonden zijn aan het rijksmonument, wel worden meegerekend.
- 1. Kierdichting Beschrijving: In monumentale panden zijn kieren en naden vaak een belangrijke oorzaak van warmteverlies. Naast kierdichting bij deuren en ramen is het nuttig om te kijken of kieren en naden op andere plekken zoals naast kozijnen, bij brievenbussen, in kapconstructies en in vloeren gedicht kunnen worden. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Op (detail)tekening aangeven hoe de kierdichting wordt gerealiseerd. Aandachtspunten: Bij kierdichting moet erop gelet worden dat het monument nog wel voldoende kan ventileren ten behoeve van de luchtkwaliteit.
- 2. Raamluiken Beschrijving: Raamluiken zijn van oudsher een efficiënte vorm voor vensterisolatie. Luiken verminderen niet alleen het warmteverlies door geleiding, maar ook door convectie en straling. In de zomer houden ze warmte buiten. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke raamluiken worden hersteld of teruggebracht. Aandachtspunten: Punten worden alleen toegekend voor het herstellen of terugbrengen van raamluiken aan of in monumenten die van oudsher al luiken hadden en op plaatsen waar zij vroeger ook zaten of nog steeds aanwezig zijn. Bij raamluiken aan de binnenzijde neemt de kans op condensatie op het glas toe.
- 3. Schoorsteenballonen of schoorsteenkleppen Beschrijving: Open schoorsteenkanalen maken veel uit in het energieverbruik van gebouwen. Niet-gebruikte schoorstenen kunnen worden afgesloten met een schoorsteenballon. Voor schoorstenen die nog gebruikt worden zijn schoorsteenkleppen of haardplaten een goede oplossing. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke schoorstenen worden afgesloten en op welke wijze. Aandachtspunten: Sluit historische schoorsteenkanalen nooit volledig af met een 'perfect' passende schoorsteenklep of -ballon. Dit hindert namelijk de noodzakelijke ventilatie van schoorstenen. Om dezelfde reden is het nuttig schoorstenen in de zomer open te laten. Dan voeren zij vochtige binnenlucht af, waardoor ook minder stroom nodig is voor ventilatie met mechanische systemen.
- 4. Isolatie van leidingen en appendages Beschrijving: Isolatie rond cv-leidingen in onverwarmde ruimten gaat tegen dat het water teveel afkoelt vóór het de radiatoren bereikt. Technische eisen: Leidingen in onverwarmde ruimten worden volledig geïsoleerd met een minimaal 25 mm dik isolatiemateriaal. Indieningsvereiste: – Aandachtspunten: –
- 5. Radiatorfolie Beschrijving: Radiatorfolie reflecteert de stralingswarmte van de achterkant van de radiator grotendeels terug richting de radiator of zorgt ervoor dat de achterkant van de radiator minder stralingswarmte uitzendt. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke radiatoren worden voorzien van folie. Aandachtspunten: –
- 6. Inregelen van verwarmingsinstallatie Beschrijving: Toepassen van een weersafhankelijke regeling, waardoor de stooktemperatuur wordt aangepast aan de buitentemperatuur. Daarnaast waterzijdig inregelen. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Aandachtspunten: –
- 7. Verwarmingsregeling Beschrijving: Bewerkstelligen dat alleen ruimten verwarmd worden waar dat nodig is, door bijvoorbeeld het toepassen van zoneregeling, thermostatische radiatorkranen en/of op afstand bedienbare thermostaten. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Beschrijving van het systeem dat wordt toegepast (zo mogelijk met vermelding van merk en type) en op tekening aangeven hoe de verwarmingsregeling wordt gerealiseerd. Aandachtspunten: –
- 8. Verlichtingsregeling Beschrijving: Bewerkstelligen dat alleen ruimten verlicht worden waar dat nodig is, door bijvoorbeeld het toepassen van bewegingsmelders en centrale aan- en uitschakelaars. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Op tekening aangeven hoe de verlichtingsregeling wordt gerealiseerd. Aandachtspunten: –
- 9. Vensterisolatie Beschrijving: Isolatie door glasfolie, achterzetbeglazing of vervanging door monumentenglas of dubbelglas. Technische eisen: warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) kleiner of gelijk aan 3,1 W/m²K Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke vensters worden geïsoleerd en met welk type glas/materiaal. Aandachtspunten: Vensterisolatie door middel van glasfolie of achterzetbeglazing heeft de voorkeur, boven het vervangen van bestaand glas door monumentenglas of dubbelglas. Ook met glasfolie kan de gevraagde prestatie (maximale U-waarde van 3,1 W/m²K) worden behaald.
- 10. Dak- of kapisolatie Beschrijving: Isolatie van een hellend dak, vlak dak of de zoldervloer daaronder indien de zolder een onverwarmde ruimte is. Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke daken, kappen of zoldervloeren worden geïsoleerd en met welk materiaal. Technische eisen: een warmteweerstand (R-waarde) van minimaal 1,3 m²K/W Aandachtspunten: –
- 11. Gevelisolatie Beschrijving: Isolatie van een massieve muur of spouwmuur Technische eisen: een warmteweerstand (R-waarde) van minimaal 1,1 m²K/W. Indieningsvereiste: Op tekening aangeven welke gevels worden geïsoleerd en met welk materiaal. Ook detailtekening van de aansluiting op venster, vloeren, binnenmuren, etc. Aandachtspunten: Isolatie met een bij de situatie passend materiaal en opbouw.
- 12. Vloerisolatie/bodemisolatie Beschrijving: Het aanbrengen van hoogwaardig isolatiemateriaal op de bodem van de kruipruimte op onder, tussen of op de begane grondvloer. Technische eisen: Bij vloerisolatie een warmteweerstand (R-waarde) van minimaal 1,3 m²K/W. Bij bodemisolatie een warmteweerstand (R-waarde) van minimaal 3,5 m2K/W. Indieningsvereiste: Op tekening aangeven waar de bodem en/of welke vloeren worden geïsoleerd en met welk materiaal. Aandachtspunten: Bij bodemisolatie is over het algemeen sprake van een al dan niet geventileerde luchtlaag tussen de isolatie en de begane grondvloer. Hierdoor gaat een deel van de isolatiewaarde verloren, hetgeen tot gevolg heeft dat de isolatielaag beduidend dikker dient te zijn dan bijvoorbeeld isolatie direct onder de vloer. Controleer daarom altijd of van het product een kwaliteitsverklaring beschikbaar is en of in die specifieke toepassing, de vereiste warmteweerstand van 3,5 m2K/W wordt gerealiseerd. De kruipruimte dient ook diep genoeg te zijn om er te mogen/kunnen werken.
- 13. HRe- of Hybride ketel Beschrijving: Een HRe-ketel of micro-warmtekrachtkoppeling is een installatie waarbij de productie van warmte en elektriciteit vanuit eenzelfde energiebron gelijktijdig plaats vindt. Een hybride warmtepomp is een moderne, gasgestookte HR-ketel in combinatie met een warmtepomp. Technische eisen: Bij een HRe-ketel bedraagt het geproduceerd elektrisch vermogen minimaal 0,8 kWe en maximaal 5 kWe. Verder heeft de installatie een thermisch vermogen van ten minste 100% en een elektrisch rendement van ten minste 15%. Indieningsvereiste: Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven. Aandachtspunten: –
- 14. Biomassa gestookte installatie Beschrijving: Een biomassaketel die bestemd is voor ruimteverwarming en/of de warmtapwatervoorziening van het monument. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie dient te worden aangeleverd. Ook moet inzichtelijk worden gemaakt hoe de biomassa (pellets, houtsnippers), wordt aangevoerd. Bij houtsnippers moet ook de bunker op tekening worden aangegeven in verband met de archeologie. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven. Aandachtspunten: –
- 15. Warmtepomp Beschrijving: Een warmtepomp die is bestemd als hoofd- of basisruimteverwarming van een monument en/of warm tapwater voor een monument en die niet primair gericht is op actieve koeling, waarbij warmte wordt onttrokken aan de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater, de buitenlucht of ventilatieafvoerlucht. De bron bepaalt voor een belangrijk deel het rendement. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie dient te worden aangeleverd. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven. Aandachtspunten: –
- 16. Warmtekrachtkoppeling Beschrijving: Installatie waarbij bij de opwekking van elektriciteit de warmte ook wordt benut voor het verwarmen van gebouwen. Technische eisen: Een elektrisch rendement van minimaal 40%. Indieningsvereiste: Informatie over te installeren vermogen en rendement van de installatie dient te worden aangeleverd. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven. Aandachtspunten: Energiebesparing met warmtekrachtkoppeling (WKK) is alleen interessant als zowel de warmte als de elektriciteit wordt gebruikt.
- 17. Warmte-koudeopslag Beschrijving: Warmte-koude opslag is een seizoensbuffer waarin warmte en koude in een ondergrondse zandlaag wordt opgeslagen. Technische eisen: – Indieningsvereiste: In verband met de archeologie op tekening de locatie van de bronnen aangeven. Ook dient de opstelplaats op tekening te worden aangegeven. Aandachtspunten: –
- 18. Zonnepanelen en overige systemen op basis van zonne-energie Beschrijving: Technische eisen: Bij een zon-PV-systeem dient de opbrengst minimaal 135 Wattpiek per m2 paneel te zijn. Indieningsvereiste: Opgave van het totale te installeren vermogen en op tekening de plaatsing aangeven. Aandachtspunten: Het systeem mag niet ten koste gaan van de historische materialen en constructies, het karakter van het monument en het aanzicht van het monument en de omgeving.
- − Zon-PV-systeem, bestaande uit één of meerdere zonnepanelen met fotovoltaïsche zonnecellen en de daarbij behorende spanningsomvormer(s)
- − Zonneboiler, bestaande uit één of meer zonnecollectoren in combinatie met één of meer warmteopslagvaten.
- − PVT-collectoren, collectoren die zowel warmte als stroom opwekken.
- 19. Aansluiting op warmtenet Beschrijving: Aansluiting op een warmtenet. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Korte beschrijving van het warmtenet waarop het monument wordt aangesloten (o.a. warmtebron en het aantal panden dat wordt aangesloten). Aandachtspunten: –
- 20. Lagetemperatuurverwarming (LTV) Beschrijving: Verwarmen van radiatoren, vloer- of wandverwarming met water dat een aanvoertemperatuur heeft van maximaal 55 graden Celsius. Technische eisen: – Indieningsvereiste: Informatie waaruit blijkt welke ruimten in het monument LTV verwarmd zullen worden. Aandachtspunten: Voor het mogelijk maken van LTV is het nodig om na-te isoleren en/of de warmteafgifte elementen te vergroten of er meer te plaatsen.
- 21. WTW Beschrijving: Warmteterugwinning uit ventilatielucht of uit douchewater. Technische eisen: Bij warmteterugwinning uit ventilatielucht dient de installatie een rendement te halen van minimaal 90%. Indieningsvereiste: Informatie over te installeren capaciteit en rendement van de installatie dient te worden aangeleverd. Daarnaast plaatsing van de installatie op tekening aangeven. Aandachtspunten: –
- 22. Vraaggestuurde mechanische ventilatie Beschrijving: De mate van ventilatie wordt per ruimte afgestemd op de ventilatiebehoefte, gemeten door CO2-sensoren (en eventueel luchtvochtigheidssensoren). Technische eisen: – Indieningsvereiste: Informatie waaruit blijkt in welke ruimten vraaggestuurde ventilatie wordt toegepast en het aantal zones hierin. Aandachtspunten: –
- 23. Waterbesparende maatregelen Beschrijving: Voorbeelden van waterbesparende maatregelen zijn het toepassen van waterbesparende kranen en sanitair, druk- en debietbegrenzers, (her)gebruik van drinkwater, hemelwater of grijs water. Technische eisen: Er dient een waterbesparing van minimaal 20% op het totaalverbruik gerealiseerd te worden. Indieningsvereiste: Overzicht van maatregelen en onderbouwing hoe deze maatregelen leiden tot het realiseren van 20% waterbesparing op het totaalverbruik. Aandachtspunten: –