Art. 1 Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2019, Begripsbepalingen

Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2019

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

c. wet: de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;

d. huurcommissie: de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de wet;

e. bestuur: het bestuur van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

f. voorzitter: de voorzitter van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

g. plaatsvervangend voorzitter: de plaatsvervangend voorzitter van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

h. zittingsvoorzitter: een zittingsvoorzitter van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

i. zittingslid: een zittingslid van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

j. administratieve ondersteuning: de administratieve ondersteuning van de huurcommissie, bedoeld in de artikelen 3c en 3h, van de wet en aangeduid als dienst van de huurcommissie, overeenkomstig artikel 1 van het Instellingsbesluit Dienst van de Huurcommissie;

k. eenheid: een organisatieonderdeel van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder g, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2019;

l. directeur: de uitvoerend directeur van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder h, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2019;

m. manager: manager van een eenheid van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder i, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2019;

n. functionaris: medewerker van een eenheid van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder j, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2019.