Bijlage B Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019: behorende bij artikel 3, onderdeel b
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019
De subsidie wordt aangevraagd door een in Nederland gevestigde, niet-gouvernementele organisatie met rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht die minstens 5 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van een landelijk terugkeerproject dat is gericht op de terugkeer van gemeenschapsonderdanen. Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 april 2023 tot en met 1 juni 2023. Bij de subsidieaanvraag wordt een cofinancieringsverklaring ingediend van de Nederlandse gemeenten die het project mede financieren. De subsidieaanvraag wordt afgewezen als de begrote kosten per terugkerende vreemdeling hoger zijn dan 2.750.
- 1. Het maximale beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel B2, € 2.000.000.
- 2. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.
- 1. Een project heeft tot doel om het daadwerkelijk vertrek te organiseren van gemeenschapsonderdanen die zich in Nederland maatschappelijk niet kunnen handhaven en die niet over voldoende financiële middelen beschikken om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken. De achterliggende doelstelling van deze regeling is om lokale overlast en de kosten die gemeenten en andere lokale organisaties zoals de GGD maken voor de opvang, begeleiding en medische behandeling van deze doelgroep, te beperken.
- 2. De doelgroep van de projecten zijn gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die niet over voldoende financiële middelen beschikken om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie.
- 1. Projecten zijn uitsluitend gericht op de volgende activiteiten:
- a. gemeenschapsonderdanen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland;
- b. gemeenschapsonderdanen voor te bereiden op zelfstandig vertrek uit Nederland;
- c. het organiseren van het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van gemeenschapsonderdanen, en
- d. gemeenschapsonderdanen te ondersteunen bij de herintegratie in het land van herkomst na vertrek.
- 2. Herintegratieactiviteiten, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, zijn gericht op gemeenschapsonderdanen met ernstige medische of verslavingsproblemen of die geen sociaal netwerk hebben om op terug te vallen.
- 1. De activiteiten worden landelijk uitgevoerd in nauwe samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties. Projecten zonder landelijke dekking komen niet voor subsidie in aanmerking.
- 2. De subsidieontvanger houdt een registratie bij waaruit blijkt of een deelnemer voldoet aan de doelgroep van het project. In deze registratie zijn in ieder geval de personalia en nationaliteit van de deelnemer, de Nederlandse gemeente waar de deelnemer verblijft en de plaats waar de deelnemer naar toe terugkeert, opgenomen.
- 3. Voor deelnemers waarvoor in het land van herkomst herintegratieondersteuning wordt georganiseerd, wordt een herintegratieplan opgesteld. Uit het herintegratieplan blijkt de noodzaak tot het verstrekken van herintegratieondersteuning en bevat in ieder geval een beschrijving van de verstrekte ondersteuning.
- 4. Deelnemers dienen een formulier te ondertekenen voor de ontvangst van het vervoersbewijs en de ondersteuningsbijdrage. Het ondertekende formulier maakt onderdeel uit van de projectadministratie.
- 5. Gemeenschapsonderdanen die in de afgelopen twee jaar met assistentie van een terugkeerproject uit Nederland zijn vertrokken, komen in beginsel niet in aanmerking voor deelname aan het project. Als sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals ernstige verslavingsproblematiek, kan een uitzondering worden gemaakt. De subsidieontvanger registreert de uitzonderingen die zij maakt en bespreekt deze periodiek met de minister.
- 6. In afwijking van artikel 14, achtste lid, is het niet noodzakelijk om van gemeenschapsonderdanen die tijdelijk werkzaam zijn voor het project, een verklaring omtrent het gedrag in de projectadministratie op te nemen.
- 1. De specifieke uitgaven in verband met doelgroepen die direct ten goede komen aan de gemeenschapsonderdaan worden, op de ondersteuningsbijdrage na, in natura verstrekt. Deze kosten kunnen bestaan uit:
- a. reiskosten van een deelnemer naar en in het land van herkomst;
- b. herintegratiekosten in het land van herkomst van maximaal € 1.100 per deelnemer;
- c. een ondersteuningsbijdrage ter dekking van eerste levensbehoeften tijdens de terugreis van maximaal € 35 per deelnemer;
- d. Kosten van medische of sociaal-maatschappelijke begeleiding tijdens de terugreis.
- 2. De reiskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaan uit een bus- of vliegticket waarbij gekozen wordt voor de meest economische optie. Als de deelnemer tijdens zijn terugreis wordt begeleid door een medische of sociaal-maatschappelijke begeleider, wordt een vliegticket als de meest economische optie beschouwd.
- 3. De herintegratiekosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kunnen onder andere bestaan uit onderdak, sociale begeleiding, medische behandeling en ondersteuning bij het afkicken van een verslaving. Alleen herintegratiekosten die binnen drie maanden na terugkeer zijn gemaakt komen voor subsidie in aanmerking.
- 4. Als het vanuit medisch of sociaal oogpunt noodzakelijk is, kan de gemeenschapsonderdaan tijdens zijn reis begeleid worden door een medische of sociaal-maatschappelijke begeleider. De noodzaak van de begeleiding dient uit het persoonlijke dossier van de deelnemer te blijken.
- 5. Reis- en verblijfskosten van projectmedewerkers die niet permanent in Nederland wonen, die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en die tijdelijk voor het project werkzaam zijn, zijn subsidiabel onder de kostenpost reis- en verblijfskosten. Als er gedurende de projectperiode een aparte woning wordt gehuurd voor het verblijf van deze buitenlandse medewerkers, dan vallen de woonlasten onder de kostenpost 'huur van onroerende zaken'.
- 6. Kosten voor opvang van gemeenschapsonderdanen in Nederland zijn alleen subsidiabel als deze ter overbrugging van de periode tot het vertrek uit Nederland noodzakelijk zijn en de duur van de opvang beperkt is tot maximaal zeven dagen voor de dag van het vertrek.
- 1. De subsidie ten behoeve van projecten als bedoeld in deze bijlage bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, maar ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag. De overige subsidiabele kosten van het project dienen gefinancierd te worden door Nederlandse gemeenten.
- 2. De kosten van een project dienen in een redelijke verhouding te staan tot de daarvan te verwachten resultaten.