Art. 8 Bestuursreglement Politieacademie, Overleg Korpsleiding – Politiechefs – Directeuren Korpsstaven

Bestuursreglement Politieacademie

De directeur onderhoudt het contact en voert periodiek overleg met:

• de Korpsleiding;

• de regionale Politiechefs, ook in hun hoedanigheid van landelijke portefeuillehouders;

• de directeuren van de landelijke Korpsstaven;

• onder meer over:

• de kwalitatieve en kwantitatieve opleidingsbehoefte van het Korps;

• de behoefte van de Politieacademie aan de mensen en middelen die de Korpsleiding aan de Politieacademie dient te verschaffen om haar in staat te stellen om haar taken uit te voeren;

• en in de opleidingsbehoefte van het Korps te voorzien;

• de samenwerking met de Politie bij het werkend leren;

• het onderlinge samenspel tussen Korps en de Politieacademie.

• De directeur en zijn plaatsvervanger voeren de overleggen in dit verband in de regel gezamenlijk.