Bijlage I Aanwijzing OM-strafbeschikking: reikwijdte OM-afdoening (contra-indicaties)
Aanwijzing OM-strafbeschikking
Op grond van artikel 257a lid 1 Sv kan de officier van justitie een strafbeschikking uitvaardigen voor overtredingen en voor misdrijven waarop niet meer dan zes jaar gevangenisstraf staat. Behalve deze wettelijke inkadering van de strafbeschikkingsbevoegdheid zijn er ook beleidsmatige contra-indicaties. Contra-indicaties:
- – politiek of publicitair gevoelige zaken: In principe is het uitvaardigen van een strafbeschikking in dergelijke zaken niet mogelijk. Slechts bij hoge uitzondering kan hierop een uitzondering worden gemaakt.
- – feiten gepleegd door:
- * illegale vreemdelingen Conform het vreemdelingenbeleid van het Openbaar Ministerie, waarin is bepaald dat illegalen in principe worden gedagvaard, wordt aan illegale vreemdelingen geen strafbeschikking uitgevaardigd. Als dagvaarden niet mogelijk is, kunnen illegale vreemdelingen een strafbeschikking inhoudende een geldboete opgelegd krijgen.
- * asielzoekers Slechts als een asielzoeker zich kan legitimeren en een (BRP)-adres heeft waarnaar de strafbeschikking kan worden uitgestuurd, of als de strafbeschikking na adequate rechtsbijstand (bijvoorbeeld in het kader van ZSM) in persoon wordt uitgereikt met directe betaling van de geldboete kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.
- * mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats (zvwp-ers) Slechts als een zvwp-er een adres heeft waarnaar de strafbeschikking kan worden uitgestuurd, of als de strafbeschikking na adequate rechtsbijstand (bijvoorbeeld in het kader van ZSM) in persoon wordt uitgereikt met directe betaling van de geldboete kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.
- – bij minderjarige verdachten: een taakstraf
- – bij minderjarige verdachten in geval van een misdrijf: een geldboete of schadevergoedingsmaatregel die afzonderlijk dan wel gezamenlijk meer dan € 200,– beloopt
- – de sanctie aanwijzing ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 257a, derde lid onder c Sv), zowel bij natuurlijke als rechtspersonen