Bijlage II Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie: normenkader van het Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

De jaarrekening dient te voldoen aan de volgende wet- en regelgeving (het verslaggevingskader): Wet- en regelgeving Relevante artikelen Politiewet 2012 Artikelen 30, tweede lid, 35 en 37 Besluit financieel beheer politie Hoofdstuk 2. Begrotings- en verantwoordingscyclus (artikel 3: Jaaraanschrijving) Hoofdstuk 4: Bijdragen (artikelen 9 en 10) Hoofdstuk 5: De jaarrekening (artikelen 11 en 12) Hoofdstuk 6: Liquiditeitsmanagement en eigen vermogen (artikelen 13, 14 en 15) Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen (artikel 17: Bestemmingsreserves Wet normering topinkomens (WNT) Paragraaf 2 en 4 Artikel 5.2 De korpschef is primair verantwoordelijk voor de naleving van de op de politie van toepassing zijnde wet- en regelgeving, om hiervoor een toetsingskader voor de financiële rechtmatigheid te ontwikkelen, bestaande uit een overzicht van die bepalingen uit het normenkader die materiële rechtmatigheidsaspecten inhouden, en vervolgens om hierover een getrouwe verantwoording op te nemen in de bedrijfsvoeringsparagraaf in de jaarrekening. De in paragraaf 2.1 opgenomen materialiteitstabel geldt daarmee in dit verband ook voor de korpschef. Het kader financiële rechtmatigheid is zowel een verantwoordingskader voor de korpschef als een controlekader voor de accountant. Hiermee wordt bedoeld dat de korpschef eventuele rechtmatigheidsfouten en- onzekerheden boven de materialiteitsgrens van 10% van 1% en 3% (de rapporteringstolerantie) dient te vermelden in de bedrijfsvoeringsparagraaf. De wet- en regelgeving welke voor de politie concreet van toepassing is in het kader van de financiële rechtmatigheid bestaat uit: