Art. 2.3.8 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, Eindheffingsbestanddelen

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:

a. de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 2.1.6 en 2.2.6;

b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 2.1.10;

c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 2.2.7, eerste en vierde lid;

d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder a;

e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 2.2.7, derde lid;

f. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 2.2.8, tweede lid;

g. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid;

h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, derde lid, en 2.2.10, zesde lid;

i. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid;

j. de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid;

k. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2;

l. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 2.3.3;

m. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 2.3.4, en

n. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid.