Art. 10 Beleidsregel over boordvoorzieningen ex Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020, Walslang
Beleidsregel over boordvoorzieningen ex Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020
1. De walslang bestaat uit een flexibele slang voorzien van een verwarmingslint en isolatie.
2. Het verwarmingslint is aangebracht:
a. in de slang; of
b. buiten de slang, voorzien van isolatie en een beschermingsmantel.
3. Een walslang met een verwarmingslint in de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. de walslang bestaat uit een flexibele slang met verwarmingslint en is voorzien van isolatie;
b. de werkdruk van de walslang is minimaal 3 bar tot 80°C;
c. de buitenmantel van de walslang is waterdicht uitgevoerd;
d. het verwarmingslint is zuurbestendig.
4. Een walslang met een verwarmingslint buiten de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. er is een walslang van het type thermal control toegepast;
b. de walslang is vervaardigd uit PVC, voorzien van isolatie en polyamide zwart geribbelde beschermmantel;
c. er is een verwarmingslint van het type CCE-04-CT, met zelfregulerende temperatuur tussen minimaal 5°C en maximaal 20°C, toegepast;
d. het verwarmingslint is rondom de walslang aangebracht, onder de isolatie en de beschermmantel;
e. de buitenmantel van de slang is waterdicht uitgevoerd.