Art. 32.05 ES-TRIN, Overgangsbepalingen voor vaartuigen die niet onder artikel 32.01 vallen
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN)
1. De onderstaande bepalingen gelden voor:
a) vaartuigen waarvoor vanaf 1 januari 1995 voor de eerste maal een certificaat van onderzoek voor Rijnschepen overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is afgegeven voorzover die op 31 december 1994 niet in aanbouw dan wel in verbouw waren,
b) vaartuigen waarvoor tussen 1 januari 1995 en 30 december 2008 een andere vergunning voor het in de vaart brengen is afgegeven,
c) vaartuigen waarvoor tussen 30 december 2008 en 6 october 2018 voor de eerste maal een communautair certificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn 2006/87/EG werd afgegeven,
d) vaartuigen waarvoor vanaf 7 october 2018 voor de eerste maal een Uniecertificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 is afgegeven.
2. Voor deze vaartuigen moet worden aangetoond is afgegeven.
a) dat zij voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de datum waarop het certificaat van onderzoek voor Rijnschepen of een andere vergunning voor het in de vaart brengen of
b) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 2006/87/EG van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het communautair certificaat, of
c) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1629 van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het Uniecertificaat
3. Deze vaartuigen moeten aan deze Standaard volgens de in onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast.
4. Artikel 32.04, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. In de onderstaande tabel zijn de volgende definities van toepassing: ‘N.V.O.’: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging ‘V’ volgens deze overgangsbepalingen. ‘Afgifte of verlenging van het binnenschipcertificaat’: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende afgifte of bij de eerstvolgende verlenging van het binnenschipcertificaat na de daarop aangegeven datum. 1 2006/87/EG Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (OJ L 389, 30.12.2006). 2 a) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2003 vast ingebouwde CO2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn. b) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2002 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 geldig. c) Artikel 13.05, tweede lid, onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992. 3 De overgangsbepaling juncto artikel 13.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘13.07 / Toepassing Europese norm op bijboten / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.10.2003’. 4 De overgangsbepaling juncto artikel 19.06, zesde lid, onderdeel c, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.06 lid 6 onder c / Vluchtwegen niet door keukens / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 5 De overgangsbepaling juncto artikel 19.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.07 / Eisen aan het voortstuwingssysteem / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 6 De overgangsbepaling juncto artikel 19.08, derde lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.08 lid 3 / Eisen aan de alarminstallatie / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’ evenals ‘19.08 lid 3 onder c / Alarminstallatie voor het waarschuwen van de bemanning en het boordpersoneel door de scheepsleiding / Voor hotelschepen geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2007 / 1.1.2006’. 7 MSC.61(67) aangenomen op 5 december 1996 – Internationale Code voor brandtestprocedures.
Artikel en lid
Inhoud
Termijn en voorwaarden
Van kracht
HOOFDSTUK 3
3.03
lid 1, onder b
Plaats van het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
7.10.2018
lid 2
Verblijven achter het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
7.10.2018
Noodzakelijke voorzieningen achter het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
7.10.2018
lid 7
Voorschip met ankernissen
Het voorschrift geldt vanaf 1.1.2001: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2041
7.10.2018
HOOFDSTUK 6
6.02
lid 1
Verdubbeling van stuurventielen bij hydraulisch aangedreven installaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.4.2007
Gescheiden pijpleidingsysteem voor de tweede voortstuwingsinstallatie bij hydraulisch aangedreven installaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.4.2007
6.07
lid 2, onder a
Niveau-alarm van de hydraulische tanks en alarm van de systeemdruk
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2007
HOOFDSTUK 7
7.02
lid 6
Uitvoering in veiligheidsglas
N.V.O.
7.10.2018
7.04
lid 3
Signalering
Voor zover geen éénmansstuurstelling voor het varen op radar aanwezig is: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2007
lid 9, 3e zin
Bediening door middel van een hefboom
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2007
lid 9, 4e zin
Duidelijke indicatie van de stuwrichting
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2007
7.05
lid 1
Navigatielantaarns, evenals hun behuizing, toebehoren en lichtbronnen
Navigatielantaarns, evenals hun behuizing, toebehoren en lichtbronnen die voldoen aan de eisen van de op 30 november 2009 geldende voorschriften omtrent de kleur en de sterkte van lichten, alsmede omtrent de goedkeuring van navigatielantaarns in de Rijnvaart, kunnen nog steeds worden gebruikt.
1.12.2009
7.06
lid 1
Bochtaanwijzers die vóór 1 januari 1990 zijn toegelaten
Bochtaanwijzers die vóór 1 januari 1990 waren toegelaten, en vóór 1 januari 2000 werden ingebouwd, mogen tot de verlenging van het binnenschipcertificaat op en na 1 januari 2015 ingebouwd zijn en gebruikt worden indien een geldige inbouwverklaring overeenkomstig Richtlijn 2006/87/EG1 of Besluit 1989-II-35 van de CCR voorhanden is.
1.12.2009
Installatie en gebruik van navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 1 januari 1990 zijn toegelaten
Navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 1 januari 1990 op grond van de minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor navigatieradarinstallaties voor de Rijnvaart en de minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers voor de Rijnvaart zijn goedgekeurd, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt indien een geldige inbouwverklaring overeenkomstig deze standaard, Richtlijn 2006/87/EG of Besluit 1989-II-35 van de CCR voorhanden is.
1.12.2009
Navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 31 december 2006 zijn toegelaten
Navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 31 december 2006 op grond van de minimumeisen en keuringsvoorwaarden van Richtlijn 2006/87/EG zijn goedgekeurd, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt indien een overeenkomstig deze standaard of Richtlijn 2006/87/EG geldige inbouwverklaring voorhanden is.
7.10.2018
Navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 1 december 2009 zijn toegelaten
Navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers die vanaf 1 december 2009 op grond van de minimumeisen en keuringsvoorwaarden van Besluit 2008-II-11 van de CCR zijn goedgekeurd, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt indien een overeenkomstig deze standaard of Besluit 2008-II-11 van de CCR geldige inbouwverklaring voorhanden is.
7.10.2018
lid 3
Inland AIS-apparatuur
Inland AIS-apparaten, waarvan de typegoedkeuring op editie 1.0 en 1.01 van de Teststandaard Inland AIS is gebaseerd en die vóór 1 december 2015 zijn ingebouwd, mogen verder worden gebruikt.
1.12.2013
Inland AIS-apparaten die vanaf 19 oktober 2012 zijn goedgekeurd op grond van de voorschriften van de Teststandaard voor Inland AIS, editie 2.0, die bij Besluit 2012-II-20 van de CCR is aangenomen, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt.
7.10.2018
7.12
lid 4, tweede zin
Indicaties
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
1.1.2018
lid 5
Stoppen en vergrendeling
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.1.2018
lid 6
Automatische uitschakeling
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.1.2018
lid 7
eerste en tweede zin
Bouwkundige maatregelen en beschermende voorzieningen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.1.2018
lid 7
derde zin
Optisch signaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
1.1.2018
lid 8
Neerlaatsysteem voor noodgevallen
Indien hydraulisch neerlaten niet mogelijk is: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2040
1.1.2018
lid 12 onder c
keuring
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
1.1.2018
De Commissie van Deskundigen kan een ander geëigend bewijs als gelijkwaardig erkennen indien het rekenkundig bewijs niet geleverd kan worden.
HOOFDSTUK 8
8.02
lid 4
Onderzoek van pijpleidingverbindingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.4.2007
lid 5
Dubbelwandig leidingsysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.4.2007
8.03
lid 4
Aangeven en buiten bedrijf stellen van de automatische reductie van het toerental
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2004
8.05
lid 3
Geen brandstoftanks achter het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
7.10.2018
lid 7, 1e zin
Bediening vanaf het dek van snelsluitkleppen van de tank, ook wanneer de betrokken ruimten gesloten zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.4.2008
lid 9, 2e zin
Peilinrichtingen moeten tot aan de hoogste vulstand afleesbaar zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.1999
lid 13
Controle van de vulstand niet alleen voor de aandrijvingsmotoren maar ook voor de andere motoren die voor de vaart nodig zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.4.1999
8.06
Smeerolietanks, -leidingen en toebehoren
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.4.2007
8.07
Tanks voor olie, die in de krachtoverbrengingssystemen, schakel-, voortstuwings- en verwarmingssystemen wordt gebruikt, leidingen en toebehoren
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.4.2007
HOOFDSTUK 9
Voor motoren die al aan boord zijn ingebouwd, maar nog geen typegoedkeuring hebben, is alleen artikel 9.02 van toepassing.
7.10.2018
9.01
lid 1 tot en met 4
Algemene bepalingen
Voor motoren die voldoen aan de bepalingen met betrekking tot de montage en de typegoedkeuring die van kracht waren op de datum van montage: N.V.
9.06
Inbouwkeuring
HOOFDSTUK 10
10.01
lid 2, onder e
Schema’s van de schakelborden en documentatie van de elektrische aandrijvingsmotoren
N.V.O.
7.10.2018
lid 2, onder f
Schema’s voor elektronische systemen
N.V.O.
7.10.2018
lid 2, onder g
Schema’s van de stuurstroomkringen
N.V.O.
7.10.2018
10.03
Beschermingsgraad in functie van de standplaats
N.V.O.
7.10.2018
10.04
Bescherming tegen explosie
N.V.O.
7.10.2018
10.06
lid 1 tabel
Draaistroom
N.V.O.
7.10.2018
10.08
lid 1
Naleving van de Europese normen EN 15869-1, EN 15869-3 en EN 16840
N.V.O.
7.10.2018
10.10
lid 2
Plaatsing van transformatoren
N.V.O.
7.10.2018
lid 3
Gescheiden primaire en secundaire spoelen van transformatoren
N.V.O.
7.10.2018
lid 4
Stroomvoorziening door secundaire spoelen van transformatoren
N.V.O.
7.10.2018
lid 5
Type- en vermogensplaatje van motoren, generatoren, transformatoren
N.V.O.
7.10.2018
10.11
lid 3
Ventilatie van bedrijfsruimten en kasten naar het open dek
N.V.O.
7.10.2018
lid 12
Dimensionering van de laadinrichtingen
N.V.O.
7.10.2018
lid 13
Automatische laadinrichtingen
N.V.O.
7.10.2018
lid 14
Maximale laadspanning
N.V.O.
7.10.2018
lid 15
Europese Normen EN 62619 en EN 62620 voor secundaire lithium-ionen-accumulatoren
N.V.O.
7.10.2018
lid 16
Accumulatormanagementsystemen
N.V.O.
7.10.2018
10.15
lid 11
Doorvoeringen van kabelbundels
N.V.O.
7.10.2018
lid 12
Kabels die van een noodstroombron naar verbruikers leiden
N.V.O.
7.10.2018
lid 13
Kabels in zones met verhoogde omgevingstemperatuur
N.V.O.
7.10.2018
lid 14
Leggen van hoofd- en noodstroomverzorgingskabels
N.V.O.
7.10.2018
10.18
lid 1
Mogelijke afkoppeling van het stroomnet
N.V.O.
7.10.2018
lid 2
Toegankelijkheid
N.V.O.
7.10.2018
lid 3
Galvanische scheiding van sturings- en stroomvoorziening
N.V.O.
7.10.2018
lid 4
Spannings- en frequentieafwijkingen
N.V.O.
7.10.2018
lid 5
Ontladingsduur bij loskoppeling van het net
N.V.O.
7.10.2018
lid 6
Maatregelen bij het uitvallen van externe sturingssignalen
N.V.O.
7.10.2018
lid 7
Maatregelen bij het uitvallen van sturingsspanning
N.V.O.
7.10.2018
lid 8
Detectie van storingen en voorkomen van verborgen fouten
N.V.O.
7.10.2018
lid 9
Bewaking
N.V.O.
7.10.2018
lid 10
Typegoedkeuring
N.V.O.
7.10.2018
HOOFDSTUK 13
13.02
lid 2, onder b
Verzamelreservoirs van staal of van een ander stootvast en onbrandbaar materiaal met ten minste 10 liter inhoud
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
1.12.2011
13.03
lid 1
Europese norm
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2002
lid 2
Geschiktheid voor brandklasse A, B en C
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.4.2002
13.04
Vast ingebouwde brandblusinstallaties in verblijven, stuurhuizen en passagiersruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
1.4.2002
13.05
Vast ingebouwde brandblusinstallaties in machinekamers, ketelruimen en pompkamers
2 N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.4.2002
13.07
3
Toepassing Europese norm op bijboten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.10.2003
13.08
lid 2
Opblaasbare zwemvesten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.10.2003
Zwemvesten die op 30.9.2003 aan boord zijn mogen tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2010
1.10.2003
HOOFDSTUK 14
14.02
lid 4
Voorziening aan de buitenkanten van dekken, gangboorden en andere werkplekken
N.V.O.
7.10.2018
14.04
lid 2
Relingen van gangboorden
N.V.O.
7.10.2018
14.12
lid 2, 4, 5 en 9
Fabriekslabel, beveiliging, bescheiden aan boord
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.12.2011
HOOFDSTUK 18
18.01
lid 2, tabel 1 en 2, en lid 5
Grens-/controlewaarden en typegoedkeuringen
N.V.O. voor zover
a) de grens- en controlewaarden de waarden van fase II met niet meer dan de factor 2 overschrijden;
b) de boordzuiveringsinstallatie over een certificaat van de fabrikant of een erkend deskundige beschikt, waarin bevestigd wordt dat de installatie de voor het schip kenmerkende belasting aankan, en
c) een zuiveringsslibmanagement beschikbaar is, dat aan de voorwaarden voor het gebruik van een boordzuiveringsinstallatie op een passagiersschip voldoet.
1.12.2011
Boordzuiveringsinstallaties die vanaf 1 december 2011 overeenkomstig de voorschriften van Besluit 2010-II-27 van de CCR (Fase II) zijn goedgekeurd, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt.
7.10.2018
Boordzuiveringsinstallaties die vanaf 10 januari 2013 overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2012/49/EU (Fase II) zijn goedgekeurd, mogen verder worden ingebouwd en gebruikt.
7.10.2018
HOOFDSTUK 19
19.01
lid 2, onder e
Verbod van vloeibaargasinstallaties bedoeld in hoofdstuk 17
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
De overgangsbepaling geldt uitsluitend indien alarminstallaties overeenkomstig art. 19.15, achtste lid, aanwezig zijn.
1.1.2006
lid 5 en 6
De dode hoek voor de boeg niet meer dan tweemaal de scheepslengte of 250 m
Voldoende zicht naar achteren
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
7.10.2018
19.02
lid 2
Aantal en plaats van de schotten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 3
Plaats van het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
7.10.2018
Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen die, op grond van het voldoen aan de eisen voor de 2-compartimentenstatus als bedoeld in artikel 19.03, negende lid, of aan de eisen van artikel 19.07, qua veiligheid en manoeuvreerbaarheid een gelijkwaardig niveau bereiken.
7.10.2018
lid 5, 2e zin
Indompelingsgrenslijn indien er geen schottendek is
Voor vaartuigen waarvan de kiel is gelegd vóór 1996, N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 15
Hoogte van de dubbele bodem, breedte van dubbele wanden
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.03
lid 1 tot en met 6
Stabiliteit van het onbeschadigde schip
N.V.O., en bij verhoging van het toegelaten aantal passagiers, uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 7 en 8
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 9
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
Omvang recht omhoog van het lek in de bodem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
Voor schepen met een waterdicht dek op een afstand van ten minste 0,50 m en minder dan 0,60 m van de scheepsbodem, aan welke voor het eerst een binnenschipcertificaat vóór 31.12.2005 werd afgegeven, geldt N.V.O.
1.12.2011
2-compartimentenstatus
N.V.O.
1.1.2006
lid 10 tot en met 13
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.05
lid 2, onder a
Aantal passagiers waarvoor een verzamelruimte bedoeld in art. 19.06, lid 8, is aangetoond
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 2, onder b
Aantal passagiers waarvoor de stabiliteitsberekening bedoeld in art. 19.03 is uitgevoerd
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.06
lid 1, 1e zin
Passagiersverblijven op alle dekken achter het aanvaringsschot en, voor zover ze onder het schottendek zijn gelegen, vóór het achterpiekschot
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
7.10.2018
lid 1, 2e zin
Eisen aan dekzones die overdekt zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat.
1.12.2011
lid 3, onder c, 1e zin
Vrije hoogte van uitgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 3, onder c, 2e zin
Vrije breedte van deuren van hutten voor passagiers en andere kleine verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 3, onder f, 1e zin
Afmeting van de nooduitgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 3, onder g
Uitgangen die zijn bestemd voor gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 4, onder d
Deuren die zijn bestemd voor gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 5
Eisen aan verbindingsgangen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 6, onder b
Vluchtwegen naar verzamelruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 6, onder c4
Vluchtwegen niet door keukens
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.1.2006
lid 6, onder d
Geen gangen met klimtreden, ladders e.d. in vluchtwegen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 7
Geschikt veiligheidsgeleidesysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 8
Eisen aan verzamelruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 9, onder a, b, c, e, en laatste zin
Eisen aan trappen en portalen in het gedeelte voor passagiers
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 10, onder a, 1e zin
Reling volgens de Europese norm
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 10, onder a, 2e zin
Hoogte van relingen en verschansingen van dekken die door personen met beperkte mobiliteit worden gebruikt
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 10, onder b, 2e zin
Vrije breedte van openingen die voor het embarkeren van personen met beperkte mobiliteit worden gebruikt
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 13
Doorgangsruimten en wanden van doorgangsruimten die zijn bestemd voor het gebruik door personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 14 1e zin
Vervaardiging van glazen deuren, glazen wanden en vensterruiten van doorgangsruimten
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 15
Eisen aan opbouwen (of hun dak) die volledig uit panoramaruiten bestaan
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 17, 2e zin
Eisen aan toiletten voor personen met beperkte mobiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 18
Ventilatiesysteem voor hutten zonder vensters die geopend kunnen worden
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.07
5
Eisen aan het voortstuwingssysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.1.2006
19.08
lid 3, onder a6
Eisen aan de alarminstallatie waarmee passagiers, bemanningsleden en leden van het boordpersoneel de leiding van het schip en de bemanning kunnen alarmeren
Voor schepen voor dagtochten geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
1.1.2006
lid 6
Vast geïnstalleerd lenssysteem
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
19.10
lid 2
Art. 10.16, lid 3, geldt ook voor gangen en ruimten waar passagiers verblijven
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 3
Voldoende noodverlichting
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 4
Noodstroominstallatie
Voor schepen voor dagtochten met LWL van 25 m of minder, N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 4, onder f
Noodstroom voor schijnwerpers bedoeld in art. 13.02, lid 2, onder i
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 4, onder i
Noodstroom voor liften en hefinrichtingen bedoeld in art. 19.06, lid 9, 2e zin
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 6, 1e zin
Scheidingsvlakken bedoeld in art. 19.11, lid 2
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 6, 2e en 3e zin
Inbouw van de kabels
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 6, 4e zin
Noodstroominstallatie boven de indompelingsgrenslijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
19.11
lid 1
Technische geschiktheid op het gebied van brandbescherming van materialen en onderdelen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
Voor de materialen en onderdelen die zijn goedgekeurd overeenkomstig de Internationale Code voor brandtestprocedures (FTP-Code) aangenomen bij resolutie MSC.61(67)7: N.V.O.
7.10.2018
lid 2
Uitvoering van scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 3
In ruimten, met uitzondering van machinekamers en voorraadruimten, toegepaste oppervlakbehandeling en bedekking van dekken, evenals in volzin 2 bedoelde voorwerpen moeten moeilijk ontvlambaar zijn
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
lid 4
Plafonds en stofferingen van wanden van onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 5
Meubels en constructies in verzamelruimten van onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 6
Brandtestmethode volgens de Code
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 7
Isolatiemateriaal in verblijfsruimten onbrandbaar
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 9, onder a, b, c, 2e zin, en d
Eisen aan deuren in scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 11
Scheidingsvlakken
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 13
Traptreden van staal of een ander gelijkwaardig onbrandbaar materiaal
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 14
Omgeven van inwendig gelegen trappen door wanden als bedoeld in het tweede lid
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 15
Ventilatie- en airconditioningsystemen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 16
Ventilatiesystemen in keukens en keukenfornuizen met afzuiging
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 17
Controleposten, trappenschachten, verzamelruimten en rookafzuiginrichtingen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.12
lid 8, onder d
Plaatsing van de brandbluspompen
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
7.10.2018
lid 9
Brandblusinstallatie in machinekamers
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
1.1.2006
De overgangsbepaling geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd na 31.12.1995 en waarvan de scheepsromp bestaat uit hout, alumi-nium of kunststoffen en waarvan de machinekamers niet zijn vervaardigd van materiaal als bedoeld in art. 3.04, lid 3 en lid 4.
19.14
lid 1
Verzameltanks voor afvalwater of zuiveringsinstallaties
Voor hotelschepen met niet meer dan 50 bedden en voor schepen voor dagtochten: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
lid 2
Eisen aan verzameltanks voor afvalwater
Voor hotelschepen met niet meer dan 50 bedden en voor schepen voor dagtochten met ten hoogste 50 passagiers: N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
19.15
lid 1
Lekstabiliteit
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
1.1.2006
HOOFDSTUK 29
29.02
lid 3
Inwerkingtreding van de tweede onafhankelijke aandrijving of de handaandrijving
N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2025
1.4.2005