Art. 32.03 ES-TRIN, Bijkomende overgangsbepalingen voor vaartuigen waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN)
1. Voor vaartuigen waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór mogen, aanvullend aan de overgangsbepalingen van artikel 32.02, de hierna genoemde bepalingen, worden toegepast.
2. In de onderstaande tabel zijn de volgende definities van toepassing: ‘V.O.’: Het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging ‘V’ volgens deze overgangsbepalingen. ‘Afgifte of verlenging van het binnenschipcertificaat’: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende afgifte of bij de eerstvolgende verlenging van het binnenschipcertificaat na de daarop aangegeven datum. 1 De overgangsbepaling juncto artikel 3.04, zevende lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘3.04 lid 7 / Ten hoogste toegestane niveau van de geluidsdruk / V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015’ 2 De overgangsbepaling juncto artikel 7.01, tweede lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘7.01 lid 2 / Niveau van de geluidsdruk voortgebracht door het schip / V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015’. 3 De overgangsbepaling juncto artikel 8.10, tweede lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘8.10 lid 2 / Door een varend schip voortgebracht geluid / V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015’. 4 De overgangsbepaling juncto artikel 10.01 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘10.01 / Eisen aan elektrische installaties / V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015’. 5
“15.02 lid 5 / Geluidshinder en trillingen in verblijven / Verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015“.
Artikel en lid
Inhoud
Termijn en voorwaarden
HOOFDSTUK 3
3.04
lid 2
Gemeenschappelijke scheidingsvlakken
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2035
lid 71
Ten hoogste toegestane niveau van de geluidsdruk
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
HOOFDSTUK 4
4.01
lid 1
Veiligheidsafstand
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
4.02
Vrijboord
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
4.03
Kleinste vrijboord
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
HOOFDSTUK 7
7.01
lid 22
Niveau van de geluidsdruk voortgebracht door het schip
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
HOOFDSTUK 8
8.08
lid 3 en 4
Minimale capaciteit en diameter van de lensleidingen
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
8.10
lid 23
Door een varend schip voortgebracht geluid
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
HOOFDSTUK 10
10.01
4
lid 1, 1e zin, lid 2 to lid 4
Eisen aan elektrische installaties
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
10.03
Bescherming tegen aanraken, binnendringen van vreemde voorwerpen en water
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.06
Ten hoogste toegelaten spanningen
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.10
Generatoren, motoren en transformatoren
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.11
lid 2
Opstelling van accumulatoren
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.12
Schakelinrichtingen
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.14
Installatiemateriaal
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.15
Kabels
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
10.17
Navigatielantaarns
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2015
HOOFDSTUK 15
15.02
lid 55
Geluidshinder en trillingen in verblijven
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2020
HOOFDSTUK 19
19.02
lid 3
Plaats van het aanvarings- en achterpiekschot
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
lid 5 en lid 6, 1e zin, leden 7 tot en met 11 en 13
Indompelingsgrenslijn indien er geen schottendek is
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
lid 16
Waterdichte vensters
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
19.04
Veiligheidsafstand, vrijboord, inzinkingsmerken
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
19.05
Aantal passagiers
Verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
19.10
leden 4, 6, 7, 8 en 11
Noodstroominstallatie
V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na
1.1.2045
3. Artikel 19.11, derde lid, eerste volzin en zesde lid, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, tot aan de eerste verlenging van het binnenschipcertificaat ná 1 januari 2045 slechts met dien verstande van toepassing dat slechts de verven, lakken en andere behandelingsmiddelen voor interieurs, gebruikt voor de naar de vluchtwegen toegekeerde oppervlakken, moeilijk ontvlambaar moeten zijn en rook en andere giftige gassen niet in gevaarlijke mate kunnen ontstaan.
4. Artikel 19.11, twaalfde lid, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, tot aan de eerste verlenging van het binnenschipcertificaat ná 1 januari 2045 slechts met dien verstande van toepassing dat het voldoende is wanneer, in plaats van de dragende constructie vervaardigd van staal van trappen die als vluchtweg dienen, deze trappen zo zijn uitgevoerd dat zij in geval van brand ongeveer even lang bruikbaar blijven als trappen met een dragende constructie van staal.