Art. 20.15 ES-TRIN, Bijzondere voorschriften voor lopend want
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN)
1. Voor lopend want moet touw van vezels of staaldraad worden gebruikt. De breeksterkte en de doorsnede van het lopend want moeten, gerelateerd aan zeiloppervlakte, ten minste voldoen aan de volgende eisen:
Soort lopend want
Draadmateriaal
Zeiloppervlak [m2]
Breeksterkte [kN]
Draaddiameter [mm]
Stagzeilvallen
Staaldraad
tot en met 35
20
6
> 35
38
8
Vezel (polypropyleen – PP)
draaddiameter ten minste 14 mm en per 25 m2 een schijf
Gaffelzeilvallen/
Torenzeilvallen
Staaldraad
tot en met 50
20
6
> 50 t/m 80
30
8
> 80 t/m 120
60
10
>120 t/m 160
80
12
Vezel (PP)
draaddiameter ten minste 18 mm en per 30 m2 een schijf
Stagzeilschoten
Vezel (PP)
tot en met 40
14
> 40
18
Bij zeiloppervlakten boven de 30 m2 moet de schoot uitgevoerd zijn als takel of bediend worden met een lier.
Gaffel-/toren- zeilschoten
Staaldraad
< 100
60
10
100 t/m 150
85
12
> 150
116
14
Voor torenzeilschoten zijn elastische verbindingsonderdelen (veren of rekkers) noodzakelijk.
Vezel (PP)
Draaddiameter ten minste 18 mm en minstens drie schijven. Bij meer dan 60 m2 zeiloppervlak per 20 m2 een schijf.
2. Het lopend want heeft, voorzover het deel uitmaakt van de verstaging, een breeksterkte die overeenkomt met die van het betrokken stag of want.
3. Bij toepassing van andere dan de in eerste lid genoemde materialen moeten de sterktewaarden van de tabel uit eerste lid aangehouden worden. Touw uit polyethyleen mag niet worden gebruikt.