Art. 18.01 ES-TRIN, Algemeen
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN)
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle boordzuiveringsinstallaties die geïnstalleerd zijn in vaartuigen.
a) Boordzuiveringsinstallaties moeten bij de typekeuring aan de volgende grenswaarden voldoen: 1 Lidstaten kunnen gelijkwaardige procedures voorzien. 2 In plaats van de chemische zuurstofbehoefte (CZB) kan voor de typekeuring ook van het totaal organisch gebonden koolstof (TOC) worden uitgegaan.
Kenmerk
Concentratie (Fase II)
Monstertype
Biochemische zuurstofbehoefte (BZB5)
ISO 5815-1 en 5815-2 : 20031
20 mg/l
24-u-mengmonster, gehomogeniseerd
25 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
Chemische zuurstofbehoefte (CZB)2
ISO 6060 : 19891
100 mg/l
24-u-mengmonster, gehomogeniseerd
125 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
Totaal organisch gebonden koolstof (TOC)
EN 1484 : 19971
35 mg/l
24-u-mengmonster, gehomogeniseerd
45 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
b) Bij gebruik moet aan de volgende controlewaarden worden voldaan: 1 Lidstaten kunnen gelijkwaardige procedures voorzien. 2 In plaats van de chemische zuurstofbehoefte (CZB) kan voor de controle ook van het totaal organisch gebonden koolstof (TOC) worden uitgegaan.
Kenmerk
Concentratie (Fase II)
Monstertype
Biochemische zuurstofbehoefte (BZB5)
ISO 5815-1 en 5815-2 : 20031
25 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
Chemische zuurstofbehoefte (CZB)2
ISO 6060 : 19891
125 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
150 mg/l
Steekproef
Totaal organisch gebonden koolstof (TOC)
EN 1484 : 19971
45 mg/l
Steekproef, gehomogeniseerd
3. Procedures met gebruik van chloorhoudende stoffen zijn niet toegestaan. Het is evenmin toegelaten, het huishoudelijk afvalwater te verdunnen om de specifieke belasting te verminderen en daardoor een verwerking mogelijk te maken.
4. Voor de opslag, conservering (voor zover noodzakelijk) en afgifte van het slib moeten de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Dit houdt tevens een beheerplan voor het zuiveringsslib in.
5. Het voldoen aan de grenswaarden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, tabel 1, wordt door een typekeuring bevestigd en door een typegoedkeuring vastgesteld. De typegoedkeuring wordt vastgelegd in een certificaat van typegoedkeuring. Voor de inbouw van de boordzuiveringsinstallatie moet een kopie van het certificaat van typegoedkeuring aan de Commissie van deskundigen worden gezonden. Een kopie van het certificaat van typegoedkeuring en van het proces-verbaal van de kenmerken van de boordzuiveringsinstallatie moeten zich aan boord bevinden.
6. Na de inbouw van de boordzuiveringsinstallatie aan boord, moet, voordat de installatie normaal in gebruik wordt genomen, door de fabrikant een controle van het functioneren worden uitgevoerd. De boordzuiveringsinstallatie moet met de onderstaande gegevens onder nummer 52 van het binnenschipcertificaat worden vermeld, met de volgende gegevens van de installatie:
a) naam;
b) typegoedkeuringsnummer;
c) serienummer;
d) bouwjaar.
7. Na elke belangrijke wijziging van een boordzuiveringsinstallatie die een invloed heeft op de reiniging van huishoudelijk afvalwater, moet altijd een speciale test, bedoeld in artikel 18.09, derde lid, plaatsvinden.
8. De bevoegde autoriteit kan zich voor de vervulling van taken, bedoeld in dit hoofdstuk doen bijstaan door een technische dienst.
9. Om zeker te zijn dat de boordzuiveringsinstallatie functioneert, moet de installatie regelmatig overeenkomstig de instructies van de fabrikant worden onderhouden. Een dienovereenkomstig bewijs van onderhoud moet zich aan boord bevinden.