Art. 9.28 Bal, (afstanden bij boren)

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

1. Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt een boring in zandgrond op ten minste 5 m en in andere grond op ten minste 10 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.

2. Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.