Art. 4.68 Bal, (water: emissiegrenswaarden lozing op een oppervlaktewaterlichaam)
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
1. Voor het afvalwater afkomstig van het reinigen van afgassen dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden:
a. de waarden, bedoeld in tabel 4.68, gemeten in een steekmonster;
b. voor onopgeloste stoffen 30 mg/l, gemeten in een steekmonster; en
c. voor totaal organisch koolstof 40 mg/l, gemeten in een steekmonster.
2. De zuurgraad van het afvalwater is ten minste pH 6,5 en ten hoogste pH 11, gemeten in een steekmonster.
3. Als meer dan twintig steekmonsters per jaar worden genomen, gelden de emissiegrenswaarden voor 95% van die steekmonsters, met uitzondering van de emissiegrenswaarden voor dioxinen en furanen.