Art. 4.116 Bal, (lucht: meetplicht)

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 4.113 en 4.114, wordt voldaan.

2. De meting van de emissies omvat:

a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ten minste 200 g/u;

b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van minder dan 200 g/u;

c. als het sulfaatproces wordt gebruikt: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide afkomstig van de ontsluiting en roosting uit installaties voor de concentratie van afvalzuren; en

d. als het chlorideproces wordt gebruikt:

1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;

2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en

3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.