Art. 5 Organisatie- en mandaatbesluit Tijdelijke werkorganisatie Inspectie Leefomgeving en Transport, Mandaat van aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden

Organisatie- en mandaatbesluit Tijdelijke werkorganisatie Inspectie Leefomgeving en Transport

1. Aan de directeuren, afdelingshoofden, programmamanagers, teamleiders worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, in mandaat verleend.

2. Aan de volgende functionarissen worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden, die behoren bij de uitoefening van hun taken, eveneens in mandaat verleend:

a. de inspecteurs ILT;

b. de adviseur/specialistisch medewerker belast met de inschrijving van luchtvaartuigen in het burger luchtvaartregister, tevens Head Aircraft Registry;

c. de senior adviseur/specialistisch medewerker, tevens hoofd van de National Supervisory Authority-The Netherlands;

d. de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische zaken.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de aan de inspecteur-generaal op grond van artikel 4.2 van het Besluit OM-afdoening toegekende strafbeschikkingsbevoegdheid in mandaat verleend aan:

a. de teamleider van het team Bestuurlijke boete van de afdeling Juridische zaken;

b. de inspecteurs ILT en andere functionarissen belast met de coördinatie van de bestuurlijke strafbeschikking;

c. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de buitengewoon opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport;

d. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de algemeen opsporingsambtenaren van de ILT/Inlichtingen- en Opsporingsdienst.