Bijlage 1 Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs: behorend bij de Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs: beoordeling aanvragen
Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs
De formulieren waarmee een macrodoelmatigheidsaanvraag gedaan dient te worden zijn te vinden in bijlage 2 bij deze regeling en op de site van de CDHO. Er bestaat een formulier voor nieuwe opleidingen en nevenvestigingen en een formulier voor verplaatsingen. In deze formulieren dienen, in de eerste plaats, de basisgegevens (bijvoorbeeld naam van de opleiding en het aantal studiepunten) van de opleiding waar het om gaat te worden aangegeven. Daarnaast dient de instelling in deze formulieren te motiveren dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor instemming met een nieuwe opleiding, nevenvestiging of verplaatsing. Deze motivering dient navolgbaar te zijn en ondersteund te worden met behulp van valide gegevens. Dit betekent dat herleidbaar dient te zijn op welke gegevens de motivering gestoeld is en dat de deze gegevens steekhoudend dienen te zijn. In de motivering zal dus verwezen dienen te worden naar de onderliggende bronnen en deze bronnen en de gegevens die eruit voortkomen dienen overtuigend te zijn. Indien een instelling bijvoorbeeld in de aanvraag aangeeft dat er behoefte is aan een bepaalde opleiding, dient deze tevens aan te geven waar dit uit blijkt en dienen de stukken waar dit uit blijkt te worden meegezonden. Met ‘valide’ wordt bedoeld dat de stukken waar men zich op baseert en de gegevens die daarin staan van een gerenommeerde bron dienen te zijn. Een instelling kan bijvoorbeeld gegevens overleggen die volgen uit een onderzoek van een onafhankelijk onderzoeksbureau of overheidsgegevens. Uit de aanvraag van de instelling dient ten aanzien van de arbeidsmarktbehoefte (criterium uit artikel 4, eerste lid, onder a) gemotiveerd te worden dat er voldoende behoefte is op de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld aan de hand van gegevens van ROA, CBS, maar bijvoorbeeld ook een onderzoek dat de instelling zelf uitgezet heeft bij een onafhankelijk onderzoeksbureau kan worden opgevoerd), voor welke soort functies of beroepen de opleiding opleidt en wat de arbeidsmarktperspect
- • Het moet gaan om een opleiding die complementair is aan het aanbod dat hogescholen al hebben (in het geval een hbo-opleiding waarvoor een universiteit een aanvraag doet) of aan het aanbod dat universiteiten al hebben (in het geval van een wo-opleiding waarvoor een hogeschool een aanvraag doet). Het gaat hierbij om opleidingen met geen of beperkte pendanten in het wo of hbo. Of er moet een zodanig grote arbeidsmarktbehoefte bestaan aan een opleiding zijn dat de huidige bekostigde opleidingen hier bij lange na niet in kunnen of willen voorzien.
- • De instelling moet aan kunnen tonen dat de opleiding aansluit bij het profiel van de instelling. Dit profiel dient beschreven te zijn in een erkend sectorplan. Mocht de instelling geen partij zijn bij erkende sectorplannen, dan kan het bestaan van een profiel ook op een andere wijze aannemelijk worden gemaakt, op basis van valide en navolgbare bronnen.
- • In het geval van het aanbieden van een wo-opleiding door een hogeschool moet aantoonbaar sprake zijn van een duurzame relatie met een academische instelling en in geval van het aanbieden van een hbo-opleiding door een universiteit moet aantoonbaar sprake zijn van een duurzame relatie met een hbo-instelling. De duurzame relatie garandeert dat een academische onderzoeksomgeving of een professionele oriëntatie geboden kan worden op het vakgebied. Deze relatie kan, onder andere, aangetoond worden door middel van een (langjarig) convenant met een universiteit dan wel hbo-instelling.