Bijlage 1 Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022: landelijke speerpunten kwaliteitsafspraken mbo
Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022
Deze bijlage hoort bij de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022 Toelichting Speerpunt Analyse-elementen Indicatoren Mogelijke invulling Jongeren in kwetsbare positie Kwetsbare jongeren door uitstekend onderwijs en persoonlijke begeleiding maximaal ondersteunen met als doel om uitval te voorkomen, door te stromen naar een hoger niveau of een goede start te maken op de arbeidsmarkt. Kwantitatief a. Analyse van de huidige populatie kwetsbare jongeren: instroom uit praktijkonderwijs, vso, vmbo-bb (waaronder leerwerktrajecten) op onderwijsniveau (entree en mbo 2) b. Analyse van vsv, op onderwijsniveau (entree, mbo 2-4) c. Analyse van in ieder geval niveau 2 opleidingen met matig of slecht arbeidsmarktperspectief, concreet: welke opleidingen (BC-code) scoren onder de 70% signaalwaarde van de indicator arbeidsmarktperspectief? Kwalitatief d. (Knelpunten in) de huidige aanpak voor deze jongeren. Daarbij wordt ingegaan op de inzet van zowel de mbo-instelling als de regionale partners (vmbo-scholen, gemeenten, zorginstellingen, bedrijven etc.) Bijpassende indicatoren: 1. VSV 2. Arbeidsmarktrendement niveau 2-opleidingen De instelling bepaalt op basis van de eigen analyse welke maatregelen het sterkst bijdragen aan het behalen van de doelstelling. Maatregelen die onder andere binnen dit speerpunt passen zijn: • Terugdringen (of vasthouden) van niveau VSV. Op landelijk niveau wordt vastgehouden aan de doelstelling van minder dan 20.000 VSV’ers in 2021 (gemeten over schooljaar 19/20) • Kwetsbare jongeren voorbereiden op en begeleiden naar en op de arbeidsmarkt en volgen na het verlaten van het onderwijs (i.s.m. gemeenten) • Organiseren van een regionaal sluitend vangnet voor jongeren in een kwetsbare positie (i.s.m. gemeenten) Gelijke kansen Het creëren van soepele overgangen binnen krachtig beroepsonderwijs zodat studenten voldoende kansen krijgen om succesvol in het mbo in te stromen of door te stromen naar een vervolgopleiding of baan die past bij hun ambities en talente
- • De kolom analyse-elementen bevat de onderwerpen waar de instelling aandacht aan besteedt in de analyse.
- • Kolom indicatoren: Specifiek voor de landelijke speerpunten wordt u gevraagd om te reflecteren op de indicatoren uit onderstaande tabel. Deze indicatoren kunnen gebruikt worden om de urgentie van de landelijke speerpunten in uw werkgebied te duiden. De indicatoren zijn nadrukkelijk níet bedoeld om de school op af te rekenen.
- • OCW levert de data met betrekking tot de onderstaande indicatoren aan de instellingen. Uiteraard is het vervolgens aan de instelling om te besluiten of de indicatoren een goed beeld geven of dat er ook andere gegevens betrokken moeten worden om de context van het werkveld goed in beeld te brengen. Instellingen zijn uiteraard ook vrij om bij het kiezen van ambities deze indicatoren te gebruiken of op een eigen manier zichtbaar of merkbaar te maken in hoeverre de gestelde ambities behaald zijn.
- • Kolom mogelijke invulling: de instelling maakt zelf – in goed overleg binnen de instelling en met het werkgebied – de keuze hoe aan de landelijke speerpunten invulling wordt gegeven. De maatregelen in deze kolom zijn ter voorbeeld.
- 1. Voortijdig schoolverlaten: vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Het vsv-percentage staat voor het aantal vsv’ers als percentage van het aantal studenten die aan het begin van het schooljaar ingeschreven staan.
- 2. Arbeidsmarktrendement: aandeel werkenden 12 uur per week 1 jaar na afstuderen, naar opleiding.
- 3. Succes eerstejaars studenten: percentage van de eerstejaars dat een jaar later nog bij dezelfde instelling studeert of de instelling met een diploma heeft verlaten.
- 4. Kwalificatiewinst is hier opgevat als het verschil tussen het behaalde diplomaniveau in het mbo en het niveau van vooropleiding in het vo.
- 5. Opstroom na diploma: bij gediplomeerden in een teljaar is nagegaan of zij na het behalen van het diploma binnen de instelling zijn doorgestroomd naar een hoger niveau. Het gaat daarbij meer specifiek om doorstroom naar een hoger niveau dan op grond van de vooropleiding kan worden verwacht.
- 6. Doorstroom mbo-hbo: de doelgroep voor de indicator doorstroom mbo-hbo bestaat uit gediplomeerden op niveau 4. De indicator wordt uitgedrukt in het percentage instellingsverlaters met een diploma op niveau 4 die op 1 oktober van het volgende teljaar staan ingeschreven in het hbo.
- 7. Succes doorstromers in eerste jaar hbo: percentage van de eerstejaars dat een jaar later nog bij dezelfde instelling studeert of de instelling met een diploma heeft verlaten.
- 8. Arbeidsmarktrendement: aandeel werkenden 12 uur per week 1 jaar na afstuderen, naar opleiding.
- 9. Aandeel bbl’ers: het aandeel van instromers in het mbo in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl).