Bijlage 1 Regeling energie vervoer: behorend bij artikelen 6 en 8: Leveren aan de Nederlandse markt van vervoer
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.
- 1. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, in een standaardbrandstof: uitslag tot verbruik of levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een A-B-C-afhaaltransactie van: voor gebruik in een wegvoertuig, in een spoorvoertuig, in een niet voor de weg bestemde mobiele machine (met uitzondering van een binnenschip en een zeeschip), in een landbouwtrekker, in een bosbouwtrekker, in een pleziervaartuig of in een vaste installatie.
- – benzine als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- – diesel als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- – gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging en die geen onderwerp van onderdeel 2 is;
- – brandstof die voldoet aan EN15940; of
- – LPG die voldoet aan EN589 of LNG die voldoet aan ISO13686,
- 2. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, in een niet-standaardbrandstof: uitslag tot verbruik door de inboeker van een brandstof die niet voldoet: waarbij de inboeker met onder meer een factuur (voorzien van het afleveradres) en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat de (door hem) geleverde brandstof door zijn afnemer is gebruikt in een wegvoertuig, in een spoorvoertuig, in een niet voor de weg bestemde mobiele machine (met uitzondering van een binnenschip en een zeeschip), in een landbouwtrekker, in een bosbouwtrekker, in een pleziervaartuig of in een vaste installatie.
- – aan de milieutechnische specificaties van artikel 2.3 en 2.5 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- – aan de milieutechnische specificaties van gasolie voor mobiele machines, die voor meer dan 50% uit biobrandstof bestaat;
- – aan EN15940, of
- – aan EN589 voor LPG of aan ISO13686 voor LNG, en
- 3. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voor gebruik in binnenschepen voor de aandrijving of als scheepsbehoefte aan boord, in een standaardbrandstof:
- a. uitslag tot verbruik door de inboeker of levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een A-B-C-afhaaltransactie van:
- – gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns en die geen onderwerp van onderdeel 4 is,
- – brandstof die voldoet aan de EN15940, of
- – LPGdie voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686; of
- b. levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een bunkerdienstverlener van: waarbij de inboeker met onder meer een factuur en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat hij, vanaf zijn accijnsgoederenplaats (of vanaf een accijnsgoederenplaats dan wel een belastingentrepot waarover hij de massabalans van biobrandstoffen voert), de brandstof op het bunkerschip van de bunkerdienstverlener heeft geladen en met een bunkerverklaring van de bunkerdienstverlener de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont.
- – gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns en die geen onderwerp van onderdeel 4;
- – brandstof die voldoet aan de EN15940, of
- – LPG die voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686; en
- 4. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof voor gebruik in binnenschepen voor de aandrijving of als scheepsbehoefte aan boord, in een niet-standaardbrandstof:
- a. uitslag tot verbruik door de inboeker: waarbij de inboeker onder meer met een factuur, een betaalbewijs en een bunkerverklaring in zijn boekhouding de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont; of
- – van gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns, die voor meer dan 50% uit biobrandstof bestaat,
- – brandstof die niet voldoet aan de EN15940, of
- – LPG die niet voldoet aan de EN589 of LNG die niet voldoet aan de ISO13686; en
- b. levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een bunkerdienstverlener van: waarbij de inboeker met onder meer een factuur en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat hij vanaf zijn accijnsgoederenplaats, of vanaf een accijnsgoederenplaats dan wel een belastingentrepot waarover hij de massabalans van biobrandstoffen voert, de desbetreffende brandstof op het bunkerschip van de bunkerdienstverlener heeft geladen en met een bunkerverklaring van de bunkerdienstverlener de aflevering van die brandstof aan een binnenschip van zijn afnemer aantoont.
- – gasolie voor mobiele machines, bedoeld in artikel 2.6 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de accijns, die voor meer dan 50% uit biobrandstof bestaat;
- – brandstof die niet voldoet aan de EN15940; of
- – LPG die niet voldoet aan de EN589 of LNG die niet voldoet aan de ISO13686; en
- 5. Voorwaarden voor het leveren aan de Nederlandse markt van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voor gebruik in zeeschepen voor de aandrijving of als scheepsbehoefte aan boord, in een standaard- of niet-standaardbrandstof:
- a. uitslag tot verbruik door de inboeker van: waarbij de inboeker onder meer met een factuur, een betaalbewijs of een bunkerverklaring de aflevering van die hoeveelheid aan een zeeschip van zijn afnemer aantoont; of
- – dieselolie voor de scheepvaart, gasolie voor de scheepvaart of scheepsbrandstof als bedoeld in paragraaf 3.1 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- – LPG die voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686;
- – brandstof die voldoet aan de EN15940; of
- – pure biobrandstof (een biobrandstof in ongemengde vorm); en
- b. levering onder schorsing van betaling van accijns door de inboeker met een bunkerdienstverlener van: waarbij de inboeker met onder meer een factuur en een betaalbewijs in zijn boekhouding aantoont dat hij vanaf zijn accijnsgoederenplaats, of vanaf een accijnsgoederenplaats dan wel een belastingentrepot waarover hij de massabalans van biobrandstoffen voert, de desbetreffende brandstof op het bunkerschip van de bunkerdienstverlener heeft geladen en met een bunkerverklaring van de bunkerdienstverlener de aflevering van die brandstof aan een zeeschip van zijn afnemer aantoont.
- – dieselolie voor de scheepvaart, gasolie voor de scheepvaart of scheepsbrandstof als bedoeld in paragraaf 3.1 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
- – LPG die voldoet aan de EN589 of LNG die voldoet aan de ISO13686;
- – brandstof die voldoet aan de EN15940; of
- – pure biobrandstof (een biobrandstof in ongemengde vorm); en