Art. 7:3 Wvggz, Tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
1. Voorafgaand aan de beslissing over een crisismaatregel kan, indien redelijkerwijs mag worden verondersteld dat een crisismaatregel zal worden genomen, gedurende korte tijd verplichte zorg aan een persoon worden verleend.
2. De verplichte zorg, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen als uiterste middel verleend indien dit noodzakelijk is in verband met de voorbereiding van de crisismaatregel en uitsluitend gedurende de periode die nodig is om de procedure voor de crisismaatregel af te ronden. Deze periode bedraagt als geheel ten hoogste achttien uur, en niet meer dan twaalf uur te rekenen vanaf het moment dat betrokkene door een psychiater wordt onderzocht ten behoeve van de medische verklaring.
3. De verplichte zorg, bedoeld in het eerste lid, kan, teneinde te laten onderzoeken of een crisismaatregel moet worden genomen en in afwachting van het nemen van de crisismaatregel, tevens inhouden dat een persoon zijn vrijheid wordt ontnomen en hij onverwijld wordt overgebracht naar een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf.
4. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste en derde lid, komt uitsluitend toe aan:
a. degene die is belast met de uitvoering van de ambulancezorg, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, d en e, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen;
b. de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke;
c. personen behorende tot door Onze Minister aangewezen categorieën van deskundigen;
d. een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitoefening van de politietaak.
5. De ambtenaar van politie, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, is niet bevoegd tot het verlenen van de verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, onderdeel a.
6. Het onderbrengen van betrokkene bij de politie of de Koninklijke marechaussee vindt uitsluitend plaats indien betrokkene wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit.
7. De personen, bedoeld in het vierde lid, informeren de zorgaanbieder en de burgemeester van een maatregel als bedoeld in het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:789
- HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:394
- Conclusie A-G Langemeijer 15 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:611
- Rb. Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:754
- Conclusie A-G Langemeijer 30 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:675
- Rb. Noord-Holland 13 mei 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:3670
- Rb. Noord-Holland 9 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1856
- Rb. Noord-Holland 4 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1018
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6004
- Rb. Rotterdam 22 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10394
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10542
- Rb. Rotterdam 8 februari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1159
- Rb. Rotterdam 28 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:5504
- Rb. Rotterdam 21 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:13044
- Rb. Rotterdam 1 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:12626
- Rb. Rotterdam 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:10598
- Rb. Oost-Brabant 4 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5616
- Rb. Noord-Holland 8 augustus 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:7770
- Rb. Midden-Nederland 2 februari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1070
- Rb. Midden-Nederland 27 januari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:418