Art. 5:4 Wvggz, Voorbereiding zorgmachtiging
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
1. Zodra de officier van justitie ambtshalve of op aanvraag met de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging begint:
a. wijst hij een geneesheer-directeur aan,
b. informeert hij de geneesheer-directeur ten behoeve van diens taak op grond van dit hoofdstuk, en verstrekt hij aan hem de zelfbindingsverklaring, voor zover aanwezig, en gegevens over een voor betrokkene eerder afgegeven machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling of rechterlijke machtiging als afgegeven op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging,
c. gaat hij na of er politiegegevens als bedoeld in de Wet politiegegevens of strafvorderlijke en justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn over betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel en de te leveren zorg en verstrekt hij die gegevens aan de geneesheer-directeur, tenzij het belang van enig strafrechtelijk onderzoek zich daartegen verzet, en
d. verstrekt hij, indien betrokkene geen advocaat heeft, de persoonsgegevens van betrokkene aan de rechter, ten behoeve van de last tot toevoeging, bedoeld in artikel 1:7.
2. Zodra de geneesheer-directeur door de officier is aangewezen:
a. informeert de geneesheer-directeur betrokkene, de vertegenwoordiger, de advocaat en de aanvrager, bedoeld in artikel 5:3, schriftelijk, dat op aanvraag of ambtshalve een verzoek voor een zorgmachtiging wordt voorbereid,
b. verstrekt de geneesheer-directeur de persoonsgegevens van betrokkene aan de patiëntenvertrouwenspersoon, met als doel betrokkene te kunnen informeren over de mogelijkheid tot advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon, voor zover betrokkene daarmee instemt,
c. informeert de geneesheer-directeur betrokkene over de mogelijkheid om zich bij te laten staan door een familielid of naaste bij het opstellen van de zelfbindingsverklaring, het plan, bedoeld in artikel 5:5, de zorgkaart en het zorgplan, en
d. informeert de geneesheer-directeur betrokkene en de vertegenwoordiger schriftelijk over de mogelijkheid van advies en bijstand aan betrokkene door een patiëntenvertrouwenspersoon.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 2 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1545
- HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:349
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3335
- HR 31 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:504
- Conclusie A-G Langemeijer 12 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:144
- Rb. Noord-Nederland 11 mei 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1861
- Rb. Noord-Nederland 20 april 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1766
- Conclusie A-G Lückers 18 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:167
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2000
- Rb. Rotterdam 15 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4771
- Rb. Noord-Nederland 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2721
- Rb. Midden-Nederland 5 februari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:404
- Rb. Gelderland 18 mei 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2952
- Conclusie A-G Drijber 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:818
- Conclusie A-G Lindenbergh 23 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1243
- Conclusie A-G Langemeijer 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:23
- Hof Den Haag 14 december 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2645
- Rb. Rotterdam 25 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5524
- Rb. Rotterdam 1 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5473
- Rb. Rotterdam 4 juni 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5161