Art. 2:4 Wvggz, Algemene uitgangspunten
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
1. Verplichte zorg op grond van artikel 3:1, onderdelen a, b en c, anders dan die in een accommodatie aan een betrokkene wordt verleend, omvat uitsluitend de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, onderdelen a tot en met i, toegepast onder de bij die algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1508
- Conclusie A-G Langemeijer 17 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:732
- Rb. Amsterdam 6 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2328
- Conclusie A-G Langemeijer 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:23
- Conclusie A-G Langemeijer 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:922
- Conclusie A-G Langemeijer 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:923
- Conclusie A-G Langemeijer 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:921
- Conclusie A-G Langemeijer 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1149
- Rb. Den Haag 1 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10424
- Conclusie A-G Langemeijer 21 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:767