Art. 1:3 Wvggz, Algemene bepalingen
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
1. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene die jonger is dan zestien jaar, treedt of treden op: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent.
2. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene van zestien of zeventien jaar, treedt of treden op:
a. de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of
b. indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is en niet meerderjarig is: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent.
3. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een meerderjarige betrokkene treedt op:
a. de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of
b. indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is:
– de curator of mentor, of indien deze ontbreekt,
– de gemachtigde, bedoeld onder a, of indien deze ontbreekt,
– de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, of indien deze dat niet wenst of deze ontbreekt,
– een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind, tenzij deze dat niet wenst, of deze ontbreekt.
4. Indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van zijn rechten en plichten op grond van deze wet in staat is en geen vertegenwoordiger als bedoeld in de vorige leden optreedt, doet de zorgaanbieder een verzoek voor een mentorschap als bedoeld in artikel 451, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
5. De door betrokkene gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, dient meerderjarig en handelingsbekwaam te zijn en schriftelijk te verklaren, bereid te zijn om als vertegenwoordiger op te treden.
6. Als gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen niet optreden:
a. de zorgaanbieder,
b. de geneesheer-directeur,
c. de zorgverantwoordelijke,
d. een zorgverlener, of
e. een medewerker van de zorgaanbieder.
7. De vertegenwoordiger betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger en is gehouden betrokkene zoveel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken.
8. De meerderjarige betrokkene die onder curatele is gesteld of ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, alsmede de minderjarige betrokkene zijn bekwaam om op grond van deze wet in rechte op te treden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1271
- Conclusie A-G Drijber 7 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:907
- Rb. Midden-Nederland 14 januari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:176
- Rb. Den Haag 23 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2619
- Conclusie A-G Lückers 26 juli 2021, ECLI:NL:PHR:2021:759
- Conclusie A-G Langemeijer 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:23
- Conclusie A-G Lückers 27 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:539
- Rb. Amsterdam 21 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2146
- Conclusie A-G Lückers 24 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:353
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5412
- Rb. Noord-Holland 26 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3028
- Rb. Midden-Nederland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4330
- Rb. Den Haag 15 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9854
- Conclusie A-G Coenraad 26 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:652
- Conclusie A-G Langemeijer 1 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:544
- HR 2 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1585
- Hof Amsterdam 27 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2551
- Hof Amsterdam 18 juli 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1748