Art. 6.3 Wfz, Plaatsing, overplaatsing en overbrenging
1. De plaatsing, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van een ter beschikking gestelde in een instelling geschiedt binnen een termijn van vier maanden na aanvang van de termijn van terbeschikkingstelling. Deze termijn kan telkens worden verlengd met vier maanden. Met een beslissing tot verlenging wordt gelijk gesteld een weigering om binnen de in de eerste volzin genoemde termijn te beslissen.
2. Zolang de opname van ter beschikking gestelden in een voor hen bestemde plaats niet mogelijk is, is Onze Minister bevoegd om hen, gedurende een termijn van maximaal één jaar, te plaatsen in een instelling die als organisatorisch verband deel uitmaakt van een penitentiaire inrichting.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 18 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1154
- Rb. Midden-Nederland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1008
- Conclusie A-G Vegter 29 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:302
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1033
- Rb. Gelderland 5 juli 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4282
- Rb. Gelderland 25 maart 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1514
- Rb. Den Haag 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:425