Art. 3a Wzd, Begripsbepaling en reikwijdte
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd)
1. Indien de cliënt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, zelf de beslissing neemt, is er sprake van:
a. instemming, indien de cliënt instemt;
b. verzet, indien de cliënt zich verzet.
2. Indien voor de cliënt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 een vertegenwoordiger optreedt, is er sprake van:
a. instemming, indien de vertegenwoordiger instemt;
b. verzet, indien de cliënt of de vertegenwoordiger zich verzet.
3. In afwijking van het tweede lid geldt voor een cliënt die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt dat er sprake is van:
a. instemming, indien de vertegenwoordiger instemt;
b. verzet, indien de vertegenwoordiger zich verzet.
4. In afwijking van het tweede lid geldt voor een cliënt die de leeftijd van twaalf maar nog niet van zestien jaar heeft bereikt, dat er sprake is van:
a. instemming, indien de cliënt en de vertegenwoordiger beiden instemmen;
b. verzet, indien de cliënt of de vertegenwoordiger zich verzet.
5. Indien de cliënt op enig moment blijk geeft van verzet, vervalt de eerder gegeven instemming, en is er sprake van verzet.
6. Indien de ouders van een cliënt gezamenlijk de wettelijke vertegenwoordiger zijn, wordt verzet van een van beiden aangemerkt als verzet van de vertegenwoordiger.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 10 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:1611
- Rb. Rotterdam 17 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:335
- Rb. Rotterdam 4 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1840
- Rb. Limburg 13 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5241
- Rb. Gelderland 30 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7136
- Conclusie A-G Lückers 31 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:374
- Conclusie A-G Lückers 7 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:909
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1055