Art. 20 Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, Mandaat aan en ondermandaat door secretaris-generaal

Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat

1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor alle bevoegdheden van de bewindspersoon ten aanzien van het beleid en de bedrijfsvoering van het ministerie, die behoren bij de uitoefening van zijn taken genoemd in paragraaf 2.2, dan wel in overige wet- en regelgeving, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 24 en 26, tweede lid.

2. De secretaris-generaal kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan functionarissen, niet zijnde diensthoofden en rechtstreeks onder diensthoofden ressorterende functionarissen.