Bijlage E Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018: behorend bij artikel 5.4, derde lid
Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018
- 1. De blootgestelde werknemer draagt een in goede staat verkerend loodschort en daar waar nodig aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen van de juiste maat en pasvorm.
- 2. De keuze van het loodschorttype geschiedt met inachtneming van het bepaalde onder a en b:
- a. Type loodschort:
- 1°. Indien de strooistraling primair uit voorwaartse richting ten opzichte van de werknemer komt, volstaat een loodschort dat de voorkant en zijkanten van de werknemer bedekt;
- 2°. Indien de strooistraling niet primair uit voorwaartse richting ten opzichte van de werknemer komt, is een loodschort vereist dat de voorkant, zijkanten en de achterkant van de werknemer bedekt.
- b. Minimaal loodequivalent:
- 1°. Bij een buisspanning tot 80 kVp biedt het loodschort tenminste een bescherming equivalent aan de bescherming door 0,15 mm lood;
- 2°. Bij een buisspanning van 80 kVp tot 125 kVp biedt het loodschort tenminste een bescherming equivalent aan de bescherming door 0,25 mm lood.
- 3. De ondernemer toont schriftelijk aan dat het gedragen loodschort voldoet aan de eis, bedoeld in punt 2, onder b.
- 4. Het persoonlijke dosiscontrolemiddel mag niet worden afgeschermd door het loodschort of een ander persoonlijk beschermingsmiddel.