Bijlage D Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018: behorend bij artikel 3.4, eerste lid
Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018
Buitengewone registratie als stralingsarts De onderstaande kerncompetenties van de stralingsarts zijn aanvullend op het competentieprofiel bedrijfsgeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde. Om buitengewoon geregistreerd te kunnen worden als stralingsarts toont betrokkene aan over de volgende kerncompetenties te beschikken:
- a. Vormt zich een oordeel over de indeling A- of B-werknemer.
- b. Kent de drie hoofprincipes van de stralingsbescherming: rechtvaardiging, ALARA en limieten.
- c. Kent de fysische basis van de stralingsbescherming.
- d. Kent de aspecten die van belang zijn in de stralingsbeschermingscultuur.
- e. Heeft kennis van achtergrondstraling.
- f. Kent vigerende wet- en regelgeving met betrekking tot stralingsbescherming.
- g. Kent de secundaire effecten bij hoogenergetische straling, zoals remstraling.
- h. Interpreteert meetgegevens.
- i. Is inhoudelijk geïnformeerd over de aard en risico’s van de werkzaamheden.
- j. Plaatst stralingsrisico’s in een maatschappelijke context.
- k. Kent de principes van de indeling van een bewaakte en gecontroleerde zone.
- l. Heeft kennis van de fysische en radiobiologische eigenschappen van de verschillende soorten straling.
- m. Identificeert potentiële stralingsrisico’s.
- n. Kent alle dosis- en aanverwante begrippen die in de wet- en regelgeving met betrekking tot stralingsbescherming worden genoemd.
- o. Kent de normatieve en ethische basisprincipes gerelateerd aan stralingsbescherming.
- p. Kent de onderzoekstechnieken ter bepaling van de dosis van organen en het gehele lichaam.
- q. Kent de grondbeginselen van de radiobiologie.
- r. Kent de mogelijke effecten van (ioniserende en kosmische) straling.
- s. Kent het vakgebied stralingsbescherming in brede zin.
- t. Kent de bestaande normen en (dosis)limieten.
- u. Vertaalt de uitkomsten van een incident-evaluatie naar beleid en (interne) procedures.
- v. Vormt zich een oordeel over een stralingsjaarverslag.
- w. Is op de hoogte van ‘good practices’ in de stralingsbescherming.
- x. Is (globaal) bekend met de eigenschappen en risico’s van niet-ioniserende straling.
- y. Is bekend met een nuclidenkaart.
- z. Is zich bewust van de ethische aspecten met betrekking tot stralingsbescherming.
- aa. Kent de mogelijke gezondheidsschade door (ioniserende en kosmische) straling.
- bb. Draagt zorg voor het laten verrichten van inwendige-besmettingsberekeningen.
- cc. Interpreteert inwendige-besmettingsberekeningen.
- dd. Heeft kennis van methoden voor decontaminatie.
- ee. Kent zowel de inwendige als de uitwendige blootstellingspaden.
- ff Is bekend met de bronnen, toestellen en werkwijzen/handelingen op de locatie(s).
- gg. gg. Kent de wetenschappelijke discussie m.b.t. Linear-Non-Threshold-hypthese.
- hh. Kent de grondbeginselen van de epidemiologie in relatie tot stralingseffecten.
- ii. Kent de werking van de beschikbare beschermingsmiddelen.
- a. Herkent stralingsschade aan het lichaam.
- b. Begeleidt de werknemer zowel medisch als sociaal-medisch in relatie tot de stralingsbescherming.
- c. Begeleidt en adviseert bij en na stralingsincidenten.
- d. Informeert de werknemer over de risico’s verbonden aan (het werken met) ioniserende straling.
- e. Kent stralingsongevallen-casuïstiek.
- f. Legt verbanden tussen de medische voorgeschiedenis van de werknemer in relatie tot zijn arbeid als blootgestelde werknemer.
- g. Adviseert over werkwijzen van blootgestelde werknemers.
- h. Weet welke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en adviseert over het gebruik ervan.
- i. Voorkomt bij een stralingsincident verdere contaminatie.
- j. Reageert adequaat op een stralingsincident.
- k. Weet wanneer acute medische hulp vereist is als gevolg van een stralingsincident.
- l. Doet uitspraken over een toe te passen medische spoedbehandeling, inclusief eventuele decontaminatie maatregelen.
- m. Stelt in overleg met de stralingsbeschermingsdeskundige of toezichthoudend medewerker stralingsbescherming een decontaminatieplan op.
- n. Informeert over gevaren van externe straling en inwendige besmetting (van de moeder) voor de foetus.
- o. Schat ook onder druk en op locatie een risico adequaat in.
- p. Is op de hoogte van een geneeskundige onderzoek en behandeling die de werknemer heeft of zal ondergaan,
- q. Stelt veiligheidsmaatregelen voor,
- r. Doet uitspraken over de geschiktheid van de werknemer voor de arbeid.
- s. Heeft kennis en inzicht in de radiobiologie om op basis daarvan advies te geven aan een (o.a. zwangere) blootgestelde werknemer.
- t. Evalueert een stralingsincident.
- a. Geeft effectieve (werk)instructie en voorlichting aan individuele werknemers.
- b. Communiceert effectief over stralingsrisico’s en werkwijzen (van laag tot hoog in de organisatie).
- c. Stelt (mogelijk) blootgestelde werknemers op onderbouwde wijze gerust.
- d. Kent de methoden voor risicocommunicatie.
- a. Werkt samen met arbodeskundigen en arbodiensten.
- b. Participeert effectief in inhoudelijke overleggen met betrekking tot stralingsbescherming.
- c. Communiceert helder naar relevante stakeholders.
- d. Kent zijn positie en handelt adequaat in een bestuurlijke context.
- e. Legt en onderhoudt contact met relevante stakeholders.
- f. Kent de lokale hulpverleningsorganisaties.
- g. Werkt samen met de stralingsbeschermingsdeskundige/SBE.