Bijlage 2 Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport: beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en proeftuin

Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport

Criterium Omschrijving Project proeftuin Project experimentele ontwikkeling Excellentie TOTAAL: 30 40 De kwaliteit en duidelijkheid van de doelstellingen van het project in relatie tot het bepaalde in artikelen 3, 6 en 8 van de regeling 8 10 De kwaliteit van de voorgestelde aanpak van het project en de mate waarin de samenhang tussen technologie en andere aspecten zoals gedrag en regelgeving in het project worden geadresseerd, zowel ten aanzien van de inhoudelijke projectaanpak als de samenwerking tussen relevante partijen 12 10 De mate waarin technologische vernieuwing wordt gerealiseerd of wezenlijke nieuwe toepassingen worden gerealiseerd van een bestaande technologie 10 20 Impact TOTAAL: 50 40 Vervolgpotentieel: De manier waarop het project gaat bijdragen aan het bepaalde in artikelen 3, 6 en 8 van de regeling, en hoe het projectresultaat zelf een vervolg krijgt, op basis van o.a. een exploitatie- of businessplan, bijdragen aan de ontwikkeling van wet- en regelgeving, normen en standaarden 20 10 Verdienpotentieel: de mate waarin het project kansen creëert voor de Nederlandse economie, o.a. groei van omzet en werkgelegenheid en exportkansen 10 20 Kennisoverdracht en communicatie: de mate waarin het project bijdraagt aan publieke kennis en publieke inzichten, de wijze waarop resultaten worden gecommuniceerd en de mate waarin het project een positieve bijdrage levert aan de acceptatiegraad van de voorgestelde innovatie 15 5 Neveneffecten: de effecten van het project op niet klimaat-gerelateerde uitlaatgasemissies en geluid 5 5 Uitvoering TOTAAL: 20 20 Projectmanagement: de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van het project, opvolging en rapportage, risicobeheer, financieel management en stakeholder-management 8 8 Begroting: is de begroting voldoende duidelijk uitgewerkt, staan de opgevoerde kosten in redelijke verhouding tot de omschreven activiteiten en is voldoende onderbouwd dat de deelnemers hun eigen aandeel in het project kunnen financieren 6 6 Samenw